DEN HAAG - De inburgeringsplicht moet niet gelden voor Nederlanders die bij geboorte al de Nederlandse nationaliteit hebben gekregen. Daarmee wil de Tweede Kamer voorkomen dat Nederlanders die in het buitenland zijn opgegroeid moeten inburgeren, bleek maandag tijdens een debat over het integratiedeel van de begroting van het ministerie van Justitie.

In het plan van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) valt iedereen die tijdens de leerplichtige leeftijd minder dan acht jaar in Nederland heeft gewoond en geen diploma's heeft, onder de plicht.

CDA, PvdA, D66 en SGP vrezen dat dan ook Nederlanders die tijdens die levensfase in het buitenland hebben gewoond, inburgeringsexamen moeten doen, terwijl zij dat helemaal niet nodig hebben. Het geld dat daaraan opgaat, kan beter worden besteed aan inburgeraars die het echt nodig hebben, aldus CDA-Kamerlid Sterk.

Minister Verdonk maakte tijdens het debat duidelijk dat niet bij alle inburgeringsplichtigen ook meteen wordt gecontroleerd of zij hun examen wel op tijd halen. Daar is geen geld en geen plaats voor. Eerst zijn de groepen die het volgens de bewindsvrouw het hardst nodig hebben aan de beurt, zoals nieuwkomers, vrouwen die geen werk of uitkering hebben en imams. Halen die het examen niet binnen een bepaalde tijd, dan kunnen ze een boete krijgen. Pas als deze zogeheten prioritaire groepen klaar zijn, begint ook bij de rest de handhaving van de inburgeringsplicht.

Verdonk is het niet met een groot deel van de Tweede Kamer eens dat overtredingen van de inburgeringsplicht voor deze andere groepen dus voorlopig worden gedoogd. Liever zegt ze dat de handhaving in fases gebeurt.