AMSTERDAM - Minister Brinkhorst van Economische Zaken noemt het maken van de film Submission, van filmmaker Theo van Gogh en Tweede-Kamerlid Hirsi Ali, onverstandig. De D66-bewindsman zegt dat in een interview met het weekblad Vrij Nederland.

"Toen ik die film zag, dacht ik: oei, oei, loopt dit wel goed af? Je weet wat er gebeurt als je in een munitiemagazijn een sigaret opsteekt. Zo'n film mag, maar ik vond het niet verstandig. Ik vind het heel begrijpelijk dat daar onder moslims opwinding over is ontstaan. Neem me niet kwalijk! Wie is hier nou naïef?" aldus Brinkhorst.

Hij vindt, dat dit "niets te maken heeft met de vrijheid van meningsuiting. Als ik voor het huis van mijn buurvrouw de hele dag 'rothoer' roep, wordt ze boos. Daar moet ik dan niet verbaasd over zijn. De situatie is kwetsbaar met zoveel tegenstellingen. Als je dan voortdurend herhaalt dat je gelijk hebt en gelijk wilt krijgen, draag je bij tot een klimaat waarin oplossingen niet meer mogelijk zijn. Zo denk ik erover en voor die opvatting zal ik strijden".

Provocerend

Brinkhorst is er "tegen om ongeremd van alles te roepen. Je moet nadenken voordat je iemand voor rotte vis uitmaakt. Ik kan het woord kutmarokkaan niet meer horen. En de term geitenneuker krijg ik niet over mijn lippen. In het dagelijks leven en op de televisie worden nu woorden gebruikt waarvan ik zeg: die zijn provocerend. Die zijn vuig, die hebben niets meer te maken met het benoemen van de problematiek.

Mensen worden tegen elkaar opgezet. Als ik mijn vrijheid van meningsuiting alleen kan veroveren door jou te vernederen, dan ben ik onverantwoord bezig. En dat moet ook maar eens hardop worden gezegd. Ik vind helemaal niet dat alles moet kunnen".

Nieuwe beweging

Brinkhorst zegt in het interview ook dat de tijd rijp is voor een nieuwe beweging: "Mijn gedachten gaan uit naar een beweging die tegenwicht geeft aan het populisme. De aanhangers kunnen uit verschillende groeperingen komen: PvdA, VVD, CDA en ook uit D66. Het is tijd voor een nieuw appèl aan de samenleving, zoals D66 in de jaren zestig deed. Toen ging het om het vermolmde politieke bestel, nu zou het moeten gaan om de samenhang in de maatschappij. Om het actief uitdragen van de Europese gedachte."