TAIPEI - De Taiwanese oppositie heeft de absolute meerderheid behaald bij de parlementsverkiezingen.

De blauwe coalitie, die sterkere banden met aartsvijand China nastreeft, krijgt volgens cijfers van de centrale kiescommissie zeker 114 van de 225 zetels.

President Chen Shui-bian, die juist bekendstaat als een voorstander van Taiwans onafhankelijkheid, heeft zijn nederlaag erkend. "Ik wil mijn excuses aanbieden aan de kandidaten die niet zijn gekozen. Ook wil ik de volledige verantwoordelijkheid op me nemen", aldus het staatshoofd.

Niettemin wist zijn partij, de progressieve DPP, twee zetels winst te boeken ten opzichte van de vorige verkiezingen in 2001. De partij is vanaf februari met 89 afgevaardigden vertegenwoordigd in het parlement en is daarmee wel de grootste partij.

De grootste oppositiepartij, Kuomintang, behaalde 79 zetels. De politieke bondgenoten van deze partij zijn samen echter goed voor 35 zetels, waardoor het oppositieblok toch een meerderheid heeft.

De peilingen vooraf waren positief voor de partij van Chen. Die voorspelden dat de DPP samen met de kleine coalitiepartner TSU hun huidige minderheidspositie in het parlement zou kunnen inruilen voor een krappe meerderheid. Chen hoopte na zijn herverkiezing als staatshoofd in maart met een dubbel mandaat van de kiezers enkele omstreden plannen te kunnen doorzetten.

Grondwet

De uitslag van de parlementsverkiezingen betekent dat het voor de president moeilijker wordt om steun te vinden voor zijn plan om een nieuwe grondwet te introduceren in 2006 evenals voor zijn voornemen om voor 18 miljard dollar aan wapens in de Verenigde Staten te kopen. Beide projecten zijn door de Chinese regering bekritiseerd. Het communistische bewind in Peking beschouwt Taiwan als een afvallige provincie.