DEN HAAG - Het dreigingsbeeld dat de overheid heeft van terrorisme is de afgelopen maanden "complexer en diffuser" geworden. Ging men aanvankelijk nog uit van aanslagen op specifieke objecten en op zogeheten soft targets met veel slachtoffers, nu blijkt de dreiging vooral gericht op personen.

Dat heeft minister Remkes (Binnenlandse Zaken) woensdag gezegd tijdens een debat in de Tweede Kamer over terrorisme. De moord op Theo van Gogh heeft die wijziging van het dreigingsbeeld pijnlijk blootgelegd, aldus de bewindsman.

Door de zogeheten Hofstadgroep op te rollen, is de acute dreiging gereduceerd, maar volgens de bewindsman leert de ervaring dat arrestaties niet leiden tot "een duurzame afname" van de motivatie en actiebereidheid bij extremisten. Hij voegde daaraan toe dat er "veel zich radicaliserende individuen" zijn.

De overheid gaat harder optreden tegen subversieve preken in moskeeën, kondigde de bewindsman aan. Omdat strafrechtelijke actie tegen anti-westerse of vrouwonvriendelijke preken vaak niet mogelijk is, moeten de bestaande mogelijkheden beter worden benut.

Het kan daarbij gaan om bijvoorbeeld het intrekken van subsidies of verblijfsvergunningen van extremistische imams.

Het ziet er volgens Remkes verder naar uit dat "er een einde komt aan de brandstichtingen in kerken, scholen en moskeeën". De veiligheidsdiensten blijven dit wel in de gaten houden.