AMSTERDAM - Het zicht op het Nederlandse gebit verandert in snel tempo. Winkels voor verfraaiing van de tanden en cosmetische klinieken voor mondverzorging schieten als paddestoelen uit de grond.

Bovendien is de commerciële tandarts een feit. Maar waar de norm vervaagt, moet aan de teugels worden getrokken, waarschuwen prof. sociale tandheelkunde A. de Jongh van het Academisch Centrum Tandheelkunde (ACTA) en directeur E. Homan van de brancheorganisatie Associatie Nederlandse Tandartsen (ANT).

Tandverzorging wordt meer en meer een lifestyle en daar spelen de commerciële jongens handig op in. Naast al bestaande tandenbleekwinkels, opent Teeth Whitening Center in Rotterdam deze maand zijn tweede filiaal. De bedoeling is er meerdere te openen.

Het behandelingsconcept BriteSmile kost 595 euro. Het verzekert geen levenslange witte tanden. "Afhankelijk van wat je drinkt en eet, kan het zijn dat je na drie jaar weer wat verkleuring ziet", zegt D. Pinto van het Teeth Whitening Center in Amsterdam.

BriteSmile wordt ook in de armen gesloten door Nederlandse tandartsen en cosmetische tandartsen (medici die geen gaatjes vullen en tanden en kiezen trekken). Vooral daar zitten volgens De Jongh en Homan de te verwachten problemen. Bij het Nederlandse leger van tandartsen bestaat een zeer grote belangstelling voor al dit soort cosmetische zaken, omdat het extra inkomsten oplevert. Zo was een workshop afgelopen maand over tandbleken bij het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam zeshonderd keer overtekend.

Psychotische stoornis

Naast bleken heb je gebitsverfraaiingen als tanddiamantjes en tandpiercings. Maar zo is het ook trendy om je hoektanden tot echte Draculatanden te laten slijpen. Hoe ver moet een tandarts daarin meegaan, vraagt De Jongh zich af: "Zeker nu onderzoek aantoont dat er een verband is tussen het laten verfraaien van het uiterlijk en het lijden aan een psychische stoornis." Psychiater J. à Campo promoveerde onlangs aan de Universiteit Maastricht door vast te stellen dat de wens tot een extreme verandering in het uiterlijk een aanwijzing kan zijn voor een psychotische stoornis zoals schizofrenie.

Het gaat De Jongh vooral om het feit dat juist in een tijd dat er een duidelijk tekort is aan tandartsen steeds meer tandartsen kiezen voor uiterlijkheden. Dat gaat volgens hem ten koste van het behandelen van serieuze tandheelkundige aandoeningen, zoals tandcariës bij de jeugd. Wanneer het alleen nog gaat om gebitsverfraaiing, en onvoldoende geschoold personeel de patiënt onder handen neemt, kunnen onderliggende ziekteverschijnselen onopgemerkt blijven, stellen Homan en De Jongh. "Er moet geen dubieuze zorg ontstaan", aldus Homan. "Vanuit de overheid moeten er richtlijnen komen om zo de gezondheid van de patiënt veilig te stellen."

De Jongh deelt die mening. Hij vraagt zich met Homan af of de beroepsgroep van tandartsen wel in staat is kritisch naar het eigen functioneren te kijken en de patiënt te beschermen tegen de lokroep van de reclame. "Wordt het een kwestie van u vraagt, wij draaien"?, stelt de Jongh. "Patiënten moeten soms tegen zichzelf worden beschermd, al was het alleen maar omdat zij later een claim kunnen indienen als zij bijvoorbeeld achteraf vinden dat hun kaakoperatie onterecht was en in een verwarde toestand de operatie hebben afgedwongen en ondergaan."

"Je kunt niet van de brancheorganisatie verwachten dat zij zelf de politietaak vervult. Normstelling kan vanuit de branche komen, maar bijbehorende controle en sancties moeten van buitenaf komen. De Inspectie voor de Gezondheidszorg is bij uitstek de bewaker van de ondergrens van de zorg. Zij moet aangeven waar het risico voor de gezondheid van de patiënt een rol gaat spelen", aldus Homan.

Inspecteur Van Foreest kaatst de bal terug en vindt dat het vooral aan de branchevereniging is om in actie te komen. "Van academici mag je verwachten dat ze in staat zijn eigen beroepsnormen te ontwikkelen. Juist nu de tandheelkunde opschuift naar de cosmetische hoek, zullen er vogels zijn die geen maat weten te houden. Het is de verantwoordelijkheid van de beroepsgroep om de eigen broeders via richtlijnen de weg te wijzen." Hij beaamt wel dat de Inspectie aan zet is om risico's op te sporen en in te dammen.

Homan: "De overheid heeft er voor gezorgd dat veel medische handelingen niet alleen meer aan (tand)artsen zijn voorbehouden, maar in feite door iedereen kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast wordt door diezelfde overheid in het nieuwe zorgstelsel marktwerking en concurrentie aan (tand)artsen opgedrongen. Het is dan wel een beangstigend simpele gedachte van de Inspectie dat met richtlijnen de zaak onder controle is te houden."