ROTTERDAM - De verstandelijk gehandicapte is het stiefkind van de gezondheidszorg. De zorg voor die groep is zelfs zo slecht, dat er onnodig doden vallen. Dat heeft de Rotterdamse hoogleraar Heleen Evenhuis geconcludeerd in een studie voor de Raad voor de Volksgezondheid. De Raad bevestigde vrijdag het bestaan en de bevindingen van het stuk.

Bij verstandelijk gehandicapten worden vaak kwalen over het hoofd gezien en blijven onmisbare behandelingen uit. Het behandelen van verstandelijk gehandicapten is extra moeilijk, omdat ze zich vaak niet goed kunnen uitdrukken en zelf dus niet goed van dienst kunnen zijn bij het stellen van een juiste diagnose.

De bestaande gevaren worden groter doordat steeds meer gehandicapten op zichzelf gaan wonen, waardoor ze nog verder aan het oog van de specifieke zorg worden onttrokken. Gewone huisartsen ontberen vaak kennis van aandoeningen die typisch zijn voor verstandelijk gehandicapten.

Er zijn dringend maatregelen nodig, adviseert Evenhuis. Eind volgende maand komt de Raad met een rapport over een het opnemen van verstandelijk gehandicapten in gewone woonwijken. Er wonen nu al 90.000 verstandelijk gehandicapten op zichzelf, in de een of andere woonvorm in de 'gewone' wereld of bij familie. Zo'n 30.000 gehandicapten wonen in een speciaal centrum.

Verstandelijk gehandicapten leven ook nog eens ongezonder dan anderen: zo bewegen ze te weinig, vrijen ze onveilig en roken ze ook nogal vaak.