NAIROBI - De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft de hooggespannen verwachtingen die hij had gewekt over een serieuze stap op weg naar vrede in Sudan vrijdag niet waargemaakt. Dat vinden mensenrechten- en hulporganisaties die actief zijn in het grootste Afrikaanse land.

De organisaties hadden gehoopt dat de volkerenorganisatie in tegenstelling tot bij eerdere resoluties over het land zou dreigen met keiharde maatregelen, zoals een wapenembargo, indien het geweld in Darfur niet ophoudt. Nu wordt er slechts gesproken van 'passende maatregelen'. De regering van Sudan had veel zwaarder onder druk gezet moeten worden, was de teneur van de reacties van de organisaties.

Human Rights Watch

De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch vindt dat de Veiligheidsraad "zijn eerdere dreigingen om de regering van Sudan verantwoordelijk te houden voor de schendingen van de mensenrechten in Darfur heeft afgezwakt". De organisatie vreest dat de regering de resolutie "opvat als een blanco cheque om door te gaan met de vervolging van de burgerbevolking in Darfur". Amnesty International, dat had opgeroepen tot een wapenembargo voor Sudan om te voorkomen dat de mensenrechtenschendingen door zouden gaan, is eveneens teleurgesteld.

Ook de internationale ontwikkelingsorganisatie Oxfam verwacht weinig heil van de nieuwe VN-resolutie. Het document is "zwak en weifelend" en kan leiden tot meer dood en leed in Darfur, aldus een woordvoerder. "In plaats van met concrete actie te reageren op een voortwoekerende crisis, kon de Veiligheidsraad alleen overeenstemming bereiken over het toezicht houden op de naleving van eerdere resoluties", meent Oxfam.

Veiligheidsraad

De voltallige Veiligheidsraad was twee dagen bijeen in Nairobi voor een speciale zitting over Sudan. Het was voor de vierde maal in de geschiedenis dat de raad buiten het VN-hoofdkwartier in New York vergaderde en de eerste keer sinds 1990.

De vijftien leden stemden in met een resolutie, die Sudan omvangrijke hulp in het vooruitzicht stelt als de Sudanese regering en de rebellen van het Sudanese Volksbevrijdingsleger SPLA uiterlijk 31 december met hun handtekeningen het einde van de al 21 jaar durende burgeroorlog bezegelen. De resolutie kwam kort nadat de regering en de rebellen een intentieverklaring hadden getekend over het sluiten van een vredesakkoord. Ook VN-gezant Jan Pronk zette zijn handtekening.

Resolutie

De vrijdag aangenomen resolutie is de vierde dit jaar over Sudan, maar het is de eerste keer dat de Veiligheidsraad de twee conflicten in het land zo nauw met elkaar verbindt. Het conflict in het zuiden van het land begon in 1983, toen de rebellen van het SPLA van leider John Garang in opstand kwamen tegen de regering. In die strijd zijn zeker 1,5 miljoen mensen omgekomen. Meer dan vier miljoen mensen zijn uit hun huizen en dorpen verjaagd.

De laatste twee jaar is stevig onderhandeld, maar die vredesonderhandelingen verliepen vaak moeizaam. Belangrijke struikelpunten waren de voorwaarden voor een staakt-het-vuren en de precieze invoering van een uiteindelijk vredesakkoord. Volgens een woordvoerder van de Verenigde Naties is het de eerste keer dat beide partijen zichzelf een ultimatum hebben gesteld om een akkoord te bereiken.

Conflict

De resolutie van de Veiligheidsraad is toegespitst op het oplossen van het conflict tussen de regering en het zuidelijke SPLA, maar spreekt ook zorg uit over het aanhoudende geweld in de westelijke regio Darfur. In de resolutie eist de Veiligheidsraad dat regeringstroepen en rebellen in Darfur "alle gewelddadigheden en aanvallen staken waaronder ook ontvoeringen en het met geweld verplaatsen van burgers".

De grote westelijke rebellengroepen JEM en SLA, met strijders uit de zwarte lokale boerenbevolking, namen in de eerste maanden van 2003 de wapens op tegen het Sudanese leger, omdat de regering in Khartum de regio zou negeren. Met inzet van de Arabische Janjaweed-milities drukte het bewind in Khartum het verzet vervolgens met harde hand de kop in. Sinds het begin van de opstand zijn in Darfur ongeveer 70.000 mensen omgekomen. Zeker een miljoen mensen zijn op de vlucht geslagen.