BRUSSEL - Minister Donner van Justitie wil in Maastricht beginnen met een proefproject om de verkoop van softdrugs aan inwoners van andere EU-lidstaten te verbieden. Hij is daarover nog in onderhandeling met burgemeester Leers van Maastricht. Dat heeft de bewindsman vrijdagmiddag meegedeeld na afloop van overleg met zijn EU-collega's in Brussel.

Burgemeester Leers van Maastricht reageerde vrijdagmiddag als door een wesp gestoken. "Hier word ik dus echt pissig van", zei hij. "We hebben in maart al aan Donner gevraagd om zo'n pasjessysteem, maar dan wel met een goed onderbouwd juridisch instrumentarium.

Nu zegt Donner, hier heb je je pasje, maar dan zonder juridische onderbouwing. Daar begin ik niet aan, dat slaat nergens op, want morgen krijg ik schadeclaims van hier tot Tokio van coffeeshophouders wegens gederfde inkomsten", aldus een furieuze Leers vrijdag.

Drugscriminelen

Intussen wordt Maastricht in toenemende mate overstroomd door Marokkaanse en Oost-Europese drugscriminelen, gaat Leers verder. "Mensen in Maastrichtse wijken en buurten klagen steen en been over toenemende overlast door buitenlandse drugsrunners en gebruikers, ik wil mijn mensen eindelijk eens perspectief bieden", aldus de burgemeester.

"Donners plan is echter volstrekt ongeloofwaardig, ik kan er niks mee, en met zo'n plan hoef ik niet aan te komen bij de mensen in Maastricht. Daarom hebben we hier zelf een werkbaar alternatief ontwikkeld: de coffeeshops allemaal weg uit de binnenstad, en verkassen naar de rand van Maastricht."

Drugstoerisme

Donner zoekt al langer naar een mogelijkheid om het drugstoerisme in grensgemeenten in te dijken. Daarin zou ook een systeem met pasjes of identiteitsbewijzen passen om de verkoop aan ingezetenen van andere Europese landen te verbieden.

Zo'n opzet past ook in het nieuwe meerjarenprogramma drugs, waarover de EU-ministers vrijdag overeenstemming bereikten. Dat programma maakt het mogelijk om de Nederlandse coffeeshops te behouden voor eigen onderdanen, maar moet het drugstoerisme ontmoedigen. Verder voorziet het programma in meer aandacht voor de volksgezondheid als het gaat om drugs en wil het de komende jaren ook het aanbod van drugs en de vraag daarnaar tegengaan. Een evaluatie moet over enkele jaren uitwijzen of het programma goed werkt.