RIJSWIJK - Urologen declareren ten onrechte de besnijdenissen van jongens om religieuze redenen bij het ziekenfonds. Dat schrijft het vakblad Medisch Contact vrijdag. Tarievenorgaan CTG gaat de kwestie op verzoek van minister Hoogervorst (Volksgezondheid) onderzoeken.

Besnijdenissen mogen alleen vergoed worden als er een medische grond is voor de ingreep. In de praktijk gaat het echter anders. Zo maakt het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ) in Nijmegen, geen onderscheid tussen ingrepen om medische redenen en vanwege religieuze motieven.

Gangbare praktijk

Alle besnijdenissen worden gewoon bij het ziekenfonds gedeclareerd, zo laat uroloog Herbert Karthaus Medisch Contact weten. Het is niet mogelijk om onderscheid te maken bij het declareren van de behandeling. Volgens Karthaus, die ook voorzitter is van de Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVvU), is het declareren van religieuze besnijdenissen gangbare praktijk. "Anders zouden er veel minder gebeuren", stelt hij.

Jaarlijks worden ongeveer 17.000 jongens en mannen besneden. In het CWZ vinden jaarlijks ongeveer 150 besnijdenissen plaats. Driekwart daarvan gebeurt volgens Karthaus op religieuze gronden. Hij benadrukt dat die verhouding niet in het hele land hetzelfde is.

Regels

Het ministerie van Volksgezondheid noemt het "niet volgens de regels", maar spreekt niet van fraude. "Het is niet duidelijk of zij bewust of onbewust verkeerd declareren." Het CTG-onderzoek moet meer duidelijkheid verschaffen.

De NVvU-voorzitter zou er zelf niet op tegen zijn om de gangbare declaratiepraktijk te wijzigen. Hij heeft er moeite mee dat een ingreep zonder medische indicatie wordt vergoed. "Ook uit professioneel oogpunt zit het niet lekker om zonder medische noodzaak te besnijden. We doen het toch maar om te voorkomen dat de patiënten in het verkeerde circuit terechtkomen."