DEN HAAG - Drie maanden na de aanslag waarbij marechaussee Jeroen Severs in Irak omkwam, is er nog geen enkel zicht op aanhouding of een rechtszaak tegen de daders.

Dat blijkt uit het rapport van de voormalige inspecteur-generaal der krijgsmacht, luitenant-generaal b.d. C. de Veer. Hij deed de afgelopen maand, onder meer in Irak, onderzoek naar de aanslag waarbij Severs om het leven kwam en vijf andere militairen gewond raakten. Minister Kamp heeft het onderzoek woensdag naar de Tweede Kamer gestuurd.

Onbehagen

In zijn begeleidende brief onderkent de minister dat er bij veel militairen "gevoelens van onbehagen" zijn over de gebrekkige voortgang in het Iraakse onderzoek.

Het rapport van De Veer "onderstreept eens te meer de behoefte aan opheldering over de Irakese betrokkenheid bij de aanslag. De regering doet alles was in haar vermogen ligt om de Irakese autoriteiten te bewegen de daders van de aanslag op te sporen en te berechten", aldus Kamp.

Uit het onderzoek van De Veer blijkt verder dat er tijdens het incident, dat zich over meerdere uren uitstrekte, inderdaad vanaf de daken van het stadsbestuur en het lokale politiebureau in de stad Ar Rumaythah is geschoten.

Hinderlaag

De Nederlanders zijn ervan overtuigd dat een aantal Irakese veiligheidsfunctionarissen van de omvangrijke en goed georganiseerde hinderlaag heeft geweten. Kamp waarschuwde daarover vorige maand tijdens zijn bezoek aan Irak nog de Iraakse gouverneur.

Uit het onderzoek van De Veer blijkt verder dat wachtmeester Jeroen Severs waarschijnlijk direct bij het begin van de aanslag dodelijk is getroffen door een schot in zijn hoofd. Severs reed op het moment van de aanslag met vijf collega's en een tolk in drie jeeps door Ar Rumaythah. Severs' collega's hebben volgens De Veer zeer professioneel gereageerd en daarmee waarschijnlijk meer slachtoffers voorkomen