DEN HAAG - De Tweede Kamer heeft woensdag nagenoeg unaniem ingestemd met de Nederlandse deelname aan de Europese vredesmissie Althea in Bosnië-Herzegovina. Het is voor het eerst dat de Europese Unie in het kader van het Europese Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB) een grote vredesmissie op zich neemt.

Met Althea neemt de EU vanaf 2 december de verantwoordelijkheid over van de NAVO (SFOR) voor de stabiliteit in deze 'achtertuin' van de unie.

Nederland neemt met 530 militairen gedurende zes maanden deel aan de operatie. Maar volgens minister Bot (Buitenlandse Zaken) zal een vorm van Nederlandse aanwezigheid ook daarna waarschijnlijk nog noodzakelijk zijn.

Srebrenica

Westerse troepen zijn al negen jaar actief in het gebied waar Nederland een van zijn grootste trauma's opliep na de val van de moslimenclave Srebrenica in 1995. Waren er toen nog 60.000 soldaten nodig om de regio te stabiliseren, inmiddels is dat aantal teruggebracht tot circa 6000 manschappen. Nederland heeft zijn aanwezigheid dit jaar teruggebracht van ruim duizend man tot ruim vijfhonderd militairen.

Onenigheid

Minister Kamp van Defensie heeft eerder al laten doorschemeren graag een punt achter de Nederlandse aanwezigheid in Bosnië te willen zetten. Hij krijgt daarvoor echter alleen de steun van zijn eigen partij de VVD. Het VVD-Kamerlid Van Baalen zei dat zijn fractie maximaal nog een verlenging zou willen toestaan. Minister Bot en de meeste andere fracties in de Kamer vinden dat Nederland een verantwoordelijkheid voor Bosnië blijft behouden.

Zelf verantwoordelijk

De inzet van de Europese missie is te proberen Bosnië in de loop van de komende twee jaar zelf verantwoordelijk te maken voor zijn veiligheid. Althea begint daarom als een militaire missie, maar zal geleidelijk een meer politioneel karakter krijgen. In april volgend jaar volgt een evaluatie van de Nederlandse deelname.