DEN HAAG - Artsen hebben verleden jaar opnieuw minder vaak melding gemaakt van euthanasie. In 2001 ontvingen de vijf regionale toetsingscommissies 2054 meldingen van levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding. Een jaar eerder waren dat er nog 2123. In kwamen 2216 meldingen binnen.

Dit blijkt uit het jaarverslag van de toetsingscommissies, dat woensdag is gepubliceerd. De oorzaak van de daling is niet duidelijk.

Er was juist verwacht dat sinds het instellen van de toetsingscommissies in 1998 het aantal meldingen zou stijgen. Die commissies gaan na of artsen bij het toepassen van euthanasie aan alle zorgvuldigheidseisen hebben voldaan.

Als reden voor de daling wordt nog al eens aangevoerd dat artsen meer kennis hebben gekregen van palliatieve (leedverzachtende) zorg aan mensen die stervende zijn, waardoor er uiteindelijk minder vaak euthanasie hoeft te worden toegepast.

Stijgingen

Er loopt een onderzoek naar het toepassen en melden van euthanasie, dat meer inzicht moet geven in de oorzaken van de daling van het aantal meldingen. Dat is naar verwachting halverwege volgend jaar gereed.

Niet overal loopt het aantal meldingen terug. In de regio Friesland/Groningen/Drenthe steeg het aantal in 2001 tot driehonderd, dertien meer dan het jaar ervoor. In Zuid-Holland/Zeeland kwamen verleden jaar 438 meldingen binnen, twee meer dan in 2000.

De commissies oordeelden in vrijwel alle gevallen dat de arts zorgvuldig had gehandeld. Slechts in één geval was dat niet zo. Die zaak is nog in onderzoek bij het Openbaar Ministerie.

De meeste meldingen kwamen van huisartsen. De levensbeëindiging had meestal (1699 gevallen) thuis plaats. Het ging meestal om mensen met kanker.