DEN HAAG - Ongeveer 2000 uitgeprocedeerde asielzoekers uit centraal Irak mogen voorlopig in Nederland blijven. De twee heersende Koerdische partijen in Noord-Irak willen hen niet meer tot dat gebied toelaten. De asielzoekers houden het recht op opvang en andere voorzieningen.

Dat staat in een brief van minister Korthals van Justitie aan de Tweede Kamer. Asielzoekers uit centraal Irak die iets op hun kerfstok hebben, en uitgeprocedeerde Koerdische vluchtelingen moeten Nederland wel verlaten, zei een woordvoerder van het ministerie van Justitie woensdag.

Noord-Irak was het enige gebied in het land waar uitgeproceerde asielzoekers uit centraal Irak hun heil konden zoeken. Nederland beschouwt het gebied sinds 1998 als veilig.

Spionnen

Vier weken geleden stopte het ministerie van Justitie al met het terugzenden van mensen uit centraal Irak. Toen werd bekend dat de twee Koerdische partijen geen vluchtelingen uit centraal Irak meer willen toelaten, omdat zij bang zijn dat er spionnen van Saddam Hussein tussen zitten. Centraal Irak is het deel van het land dat onder controle staat van de dictator.

Hoe lang de Irakezen in Nederland mogen blijven is nog onduidelijk, aldus Korthals. De komende zes weken overlegt het ministerie van Buitenlandse Zaken met de betrokken Koerdische partijen over de toelating van de afgewezen asielzoekers.

Korthals is niet van plan om door de problemen met de Koerdische partijen meer personen uit centraal Irak een verblijfsvergunning te geven.

In de periode van 1999 tot 2001 zochten 7805 Irakezen hun heil in Nederland. Dit is ongeveer 7 procent van het totale aantal asielzoekers dat naar Nederland komt. Het aantal Irakezen dat naar Nederland vlucht, wordt steeds kleiner. In 1999 waren het er nog , in 2001 1329.