DEN HAAG - Het akkoord met de vakbonden en werkgevers over de VUT en het prepensioen kost het kabinet 364 miljoen euro in 2006. Dat hebben kringen rond het kabinet bekendgemaakt. Minister Zalm (Financiën) stuurt naar verwachting dinsdag nog een brief over de kwestie naar de Tweede Kamer. Donderdag praat de Kamer er over.

Zalm wilde eerder niets zeggen over de kosten van het akkoord. Hij verwees daarvoor naar de voorjaarsnota die begin 2005 de stand van de begroting weergeeft.

VUT

De kabinetsplannen met VUT- en prepensioen zullen de schatkist aanzienlijk minder geld opleveren dan het kabinet zegt. Dat blijkt uit berekeningen die het Centraal Planbureau (CPB) heeft gemaakt op verzoek van PvdA, GroenLinks, SP en ChristenUnie.

Werknemers zullen na het schrappen van de fiscale aftrek van VUT- en prepensioenpremies in 2006 gebruik maken van allerlei andere mogelijkheden om eerder met werken te kunen stoppen, verwacht het planbureau. Bovendien wordt de levensloopregeling - het alternatief voor VUT en prepensioen - duurder dan geraamd.

CPB-cijfers

In totaal leveren de kabinetsplannen in 2011 een kleine 1,3 miljard euro minder op dan het kabinet heeft aangegeven, aldus de CPB-cijfers. Daarin is nog geen rekening gehouden met de versoepelingen die het kabinet in zijn plannen heeft aangebracht in het akkoord met de sociale partners.

PvdA-leider Bos zal minister Zalm van Financiën dinsdag in de Tweede Kamer om opheldering vragen. De PvdA zegt al een jaar te waarschuwen voor "het gat van Zalm".

De kosten van het akkoord zullen naar verwachting na 2006 verder oplopen. Afgelopen vrijdagnacht sloten kabinet, werkgevers en vakbonden na massale demonstraties en langdurig overleg een sociaal akkoord. Daarin is vastgelegd dat het schrappen van de fiscale aftrek van VUT- en prepensioenpremies in 2006 gehandhaafd blijft.

Levensloopregeling

De levensloopregeling, waarmee werknemers kunnen sparen voor allerlei vormen van verlof, wordt vervolgens fors verruimd. Ook kunnen werknemers die meer dan veertig jaar hebben gewerkt, een deel van hun ouderdomspensioen naar voren halen. Hierdoor kunnen zij op hun 60e met werken stoppen. Verder hebben kabinet en sociale partners afspraken gemaakt over hervormingen binnen de WAO en over loonmatiging.