De agenten in Brussel die zich uit protest ziek hadden gemeld, gaan vrijdagavond weer aan de slag. De agenten zijn naar eigen zeggen doodmoe van alle overuren die zij moeten maken. 

Vakbonden hebben vrijdagmiddag overleg gevoerd met de korpsleiding. Die heeft beloofd om maandag nog met voorstellen te komen die de werkdruk moeten verlagen. Daarop besloten de agenten weer aan het werk te gaan.

De korpsleiding kreeg via WhatsApp aan het begin van de dienst van donderdagavond ziekmeldingen van alle 25 agenten van het interventieteam dat op pad moest, onder meer in het door problemen geplaagde district Sint-Jans-Molenbeek.

Agent en vakbondsman Kris Verstraeten zei dat het ging om ''een spontane protestactie van mensen die helemaal kapot gewerkt zijn''.

Volgens Verstraeten kampt de politie in dit 180.000 inwoners tellende deel van de Belgische hoofdstad met een enorm personeelsgebrek en functioneert de dienst enkel nog door overuren van de beschikbare politiemensen.

Onder druk

Volgens korpschef Johan De Becker staat de politie in zijn zone ''onder enorme druk door de strijd tegen radicalisme''. De korpschef heeft begrip voor de zorgen van de agenten, maar niet voor de actie. Hij moest het gat vullen met agenten van elders en zei ''dat dit niet door de beugel kan''.

Sinds de bloedige aanslagen in Parijs in november 2015 staat een deel van de politiezone, Molenbeek, op de kaart als ''terroristische hotspot''. Daarom heeft de minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon versterking met vijftig agenten toegezegd, maar volgens De Becker is daar maar een deel van gerealiseerd en kampt zijn politiezone daarnaast nog altijd met een tekort van 125 man. Hij klaagde ook dat de federale overheid geld stopt in de politie in Brussel, maar dat zijn gebied het minst krijgt van de zes politiezones in de Belgische hoofdstad.