Een aanval van rebellen in Kashmir heeft zondag zeventien Indiase militairen het leven gekost. De aanval, waarbij ook 35 gewonden vielen, was de bloedigste in jaren.

Ook de vier aanvallers kwamen om.

De zogenoemde fidayeen, strijders die zich willen doodvechten, waren bij het eerste ochtendgloren het hoofdkwartier van een Indiase legerbrigade in Uri binnengedrongen. Daarop volgde een urenlang vuurgevecht.

De verantwoordelijkheid voor de aanval is nog niet opgeëist. De getroffen legerbasis ligt niet ver van de grens met Pakistan.

Grensstreek

Volgens minister van Binnenlandse Zaken Rajnath Singh hebben de daders toegeslagen vanuit het buurland, India's aartsvijand. Pakistan spreekt dergelijke beschuldigingen steevast in alle toonaarden tegen.

Pakistan en India betwisten elkaar hun aanspraken op de grensstreek, de enige Indiase regio waar meer moslims dan hindoes wonen. Pakistan werpt zich op als beschermheer van de islamitische bevolking van Kashmir en beticht het buurland van onderdrukking.

Nieuwjaarsdag

De Indiase premier Narendra Modi gooide onlangs olie op het vuur door zijn steun uit te spreken voor een afscheidingsbeweging in Pakistan. Sinds een aanval met veel kleinere Indiase verliezen, die van nieuwjaarsdag op een luchtmachtbasis in Punjab, lijdt het vredesoverleg tussen beide landen al een zieltogend bestaan.

Het is al maanden onrustig in Kashmir. Sinds Indiase militairen in juli een populaire separatistenleider ombrachten, raakten demonstranten meermalen slaags met Indiase ordetroepen.

Minstens 78 burgers lieten bij de onlusten het leven en duizenden raakten gewond. Volgens mensenrechtenorganisaties gebruikte het Indiase leger buitensporig geweld.