AMSTERDAM - Automobilisten zijn steeds minder in staat om koplampjes van hun voertuigen te vervangen. Bij al meer dan 30 procent van de automodellen is een lampje niet binnen korte tijd langs de kant van de weg door de gebruiker zelf te vervangen. Dat blijkt uit onderzoek van de ANWB .

De ANWB heeft 55 van de best verkochte modellen in Nederland aan een nader onderzoek (bij daglicht) onderworpen. Ze vertegenwoordigen ruim 70 procent van de in 2004 verkochte personenauto's. Dat bij ruim 30 procent van hedendaagse auto's de lampen niet eenvoudig te vervangen zijn wordt veroorzaakt door een gecompliceerde constructie, of omdat veel onderdelen uitgebouwd moeten worden om bij de lamp te kunnen.

De bond vindt dit een onwenselijke situatie. Uit het oogpunt van verkeersveiligheid en wetgeving moet een automobilist zelf een lampje kunnen vervangen.

Volgens de wet mag een voertuig met een kapot lampje niet aan het verkeer deelnemen op straffe van een boete van 65 euro. Een defect lampje moet direct vervangen kunnen worden. In de praktijk is de politie coulant als de bestuurder zelf het lampje vervangt. In toenemende mate moet de Wegenwacht te hulp schieten voor dit soort problemen.