ARNHEM - De kinderrechter in Arnhem heeft de 15-jarige Nina K. uit Nijmegen dinsdag voorwaardelijke jeugddetentie van vier maanden opgelegd. Ook moet het meisje verplicht een psychotherapeutische behandeling ondergaan. De straf is conform de eis van het Openbaar Ministerie.

Het 15-jarige meisje was de hartsvriendin van de vorig jaar in november vermoorde Maja Bradaric uit Nijmegen. Het meisje had verkering met de toen 18-jarige Goran M. , die door de rechtbank in Arnhem is veroordeeld tot acht jaar celstraf en tbs voor het wurgen van Maja en het in brand steken van haar lichaam.

Van haar vriendje hoorde de Nijmeegse wekenlang over de moordplannen, maar ze nam die naar eigen zeggen niet serieus en ze waarschuwde politie noch justitie. De rechtbank neemt haar dat zeer kwalijk.

Bedreigingen

Volgens de rechtbank heeft het meisje de bedreigingen van haar vriend wel degelijk op zijn minst enigszins serieus genomen. Zij stemde immers in met het neerleggen van een pil op Maja's kamer, zodat het zou lijken of Maja een overdosis had genomen als zij door anderen om het leven was gebracht. Ook smeekte zij haar vriend via internet om 'het' niet te doen waar ze bij was. Met 'het' bedoelde zij het doden van Maja, verklaarde ze later bij de politie.

De kinderrechter vindt dat het meisje opzettelijk heeft nagelaten een instantie te waarschuwen op een tijdstip dat de moord op Maja nog voorkomen had kunnen worden. Dat uit psychologisch onderzoek is gebleken dat de Nijmeegse scholiere aan een ziekelijke stoornis lijdt die veroorzaakt dat zij onvoldoende in staat is de draagwijdte van ernstige gebeurtenissen te bevatten en emotioneel te verwerken, is volgens de rechtbank een verzachtende omstandigheid.

De verminderde toerekeningsvatbaarheid betekent echter niet dat het meisje niet strafbaar zou zijn, aldus de kinderrechter.

Mild

De vader van Nina vindt de argumenten van de rechtbank "hard en scherp", maar tegelijkertijd het vonnis "heel mild". "Maar de rechtbank heeft helemaal geen rekening gehouden met de omstandigheden van toen. Nina heeft weliswaar bij de politie verklaringen afgelegd, maar die heeft ze toen ingevuld met wat ze al wist, namelijk dat Maja echt was vermoord."

Volgens de vader komen de emoties pas sinds twee maanden los bij zijn dochter. Hoewel het op zich goed met haar gaat, is ze nog erg verward. De ouders onderschrijven dan ook de voorwaarde van de kinderrechter dat het meisje langdurig en intensief moet worden behandeld.

Het gezin en de raadsvrouw C. Hermesdorf beraden zich over een hoger beroep. Hermesdorf wilde vrijspraak en vindt dat de rechtbank voorbij is gegaan aan de cultuur en het taalgebruik in het vriendengroepje van toen. Maar ook zij noemt de voorwaardelijke straf heel redelijk.