RIJSWIJK - De politieke partijen en militaire vakbonden hebben forse kritiek op de handelwijze van het Openbaar Ministerie en zijn baas J. de Wijkerslooth in de zaak tegen marinier Eric O.

Ze hebben die geuit na de vrijspraak van de sergeant-majoor, die terecht stond omdat hij van de schietinstructie in Irak zou hebben overtreden. De marinier werd aangehouden nadat hij een Irakees had gedood.

Tweede-Kamerlid Van Baalen (VVD) vindt dat De Wijkerslooth de zaak heeft laten escaleren. Het OM beschikte volgens hem in deze zaak over onvoldoende deskundigheid en had het zich meer moeten verdiepen in de achtergronden van het uitzendgebied.

Pijnlijke misser

CDA-Kamerlid Kortenhorst sprak van een "pijnlijke misser" bij het OM en vindt dat de organisatie bij zichzelf te rade moet gaan. Kamerlid Koenders (PvdA) meent dat het OM een totale misrekening in de zaak tegen O. heeft gemaakt. D66-Kamerlid Bakker zei dat het OM onmiddellijk de verkeerde koers heeft gekozen. De Wijkerslooth heeft te hoog van de toren geblazen en heeft gefaald, aldus Bakker.

Ook de militaire bonden VBM/NOV en de ACOM haalden uit naar de rol van justitie in deze kwestie. Ze stellen dat De Wijkerslooth en het OM de zaken slecht hebben aangepakt.

Kritiek

Een woordvoerster van De Wijkerslooth wijst in een reactie op al deze kritiek naar wat de rechtbank in Arnhem in het vonnis over de rol van de voorzitter van het college van procureurs-generaal heeft gezegd. Daarin stellen de rechters dat De Wijkerslooth zich op 15 januari in een interview met NOVA niet heeft schuldig gemaakt aan het beschuldigen van O. terwijl iemand onschuldig is, tot het tegendeel is bewezen.

"In uitlatingen door procureur-generaal De Wijkerslooth is door hem niet gezegd dat de verdachte schuldig is en hij is bij zijn uitlatingen niet op de stoel van de rechter gaan zitten", staat in het vonnis. "Ook de objectieve toeschouwer kon op grond van feiten en informatie vermoeden dat er verdenking bestond dat verdachte een strafbaar feit had gepleegd."