DEN HAAG - Niet een laag inkomen maar een slechte gezondheid vormt het grootste risico voor sociale uitsluiting. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) constateert dat in een maandag gepubliceerde studie. Die is gebaseerd op enquêtes die vorig jaar zijn gehouden bij 860 huishoudens.

Uit het onderzoek komt naar voren dat één op de tien Nederlanders te maken heeft met een vorm van sociale uitsluiting. Zo heeft 10 procent van de volwassenen slechts een beperkt informeel sociaal netwerk. Ook 10 procent heeft voortdurend financiële zorgen.

Bij de belangrijkste risicogroepen zijn die percentages aanzienlijk hoger. Die riscogroepen zijn: alleenstaande ouders, uitkeringsontvangers, mensen die werkloos zijn geweest, niet-westerse allochtonen en mensen die de Nederlandse taal niet goed beheersen. Vrouwen en ouderen vormen als zodanig geen risicogroep.

Alleenstaande ouders

Van de alleenstaande ouders heeft 36 procent een tekort aan sociale contacten, heeft 37 procent voortdurend zorgen over de financiële situatie en 27 procent minimaal één betalingsachterstand.

Van gezinnen met kinderen onder het minimumniveau (meestal eenoudergezinnen) zegt 48 procent te weinig geld te hebben om regelmatig nieuwe kleren te kopen voor de kinderen. In 36 procent van deze gezinnen is er geen geld om kinderen lid te laten worden van een sportclub of andere vereniging.

In het overheidsbeleid voor de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting ligt de nadruk vooral op het hebben van betaald werk of een inkomen. Volgens het SCP is er meer aandacht nodig voor de verbetering van de gezondheid, ook op psychisch vlak.