AMSTERDAM - In vluchtelingenkampen in de door geweld geteisterde Sudanese regio Darfur zijn sinds maart zeker zeventigduizend mensen overleden en de sterfte zal doorgaan als er niet meer geld voor de vluchtelingen komt. Dat heeft de Wereldgezondheidsorganisatie vrijdag gezegd. Het geweld in Darfur heeft aan naar schatting nog eens zeventigduizend mensen het leven gekost en tot 1,4 miljoen vluchtelingen geleid.

"We werken op een armetierig, minimaal bestaansniveau en als het lot van deze mensen in Darfur de internationale gemeenschap zo ter harte gaat als het lijkt, hadden we meer lange termijn hulp verwacht", zei David Nabarro, hoofd van crisisoperaties van de VN-organisatie.

De schatting van zeventigduizend doden in vluchtelingenkampen gaat slechts terug tot maart, de maand waarin hulporganisaties voor het eerst beperkte toegang kregen tot Darfur, en betreft alleen de sterfte tengevolge van de slechte leefomstandigheden in de kampen, zei Nabarro.

Doodsoorzaken

De belangrijkste doodsoorzaken zijn diarree, koorts en ziekten van de luchtwegen. De situatie heeft zich sinds kort iets verbeterd. Zo lijkt een uitbraak van hepatitis E tot staan te zijn gebracht en doen zich minder gevallen van dysenterie voor. En de vluchtelingenkampen zijn nog niet aangestoken met de cholera, die heerst in het buurland Tsjaad, waar zich een deel van de vluchtelingenkampen bevindt.

De aanhoudende onveiligheid in Darfur hindert de hulpverleners ook in hun werk, maar het is toch vooral gebrek aan geld dat betere zorg voor de bevolking in de weg staat. Helikopters hadden bijvoorbeeld kunnen zorgen voor betrouwbare, regelmatige verbindingen tussen de kampen. "De prijs wordt gemeten in sterfte", zei Nabarro.