RIJSWIJK - De moord in 2002 op politicus Pim Fortuyn is de belangrijkste gebeurtenis in de naoorlogse geschiedenis. De economische malaise van begin jaren tachtig komt op de tweede plaats. De vondst van de aardgasbel in Slochteren in 1959 wordt als derde gewaardeerd.

Dat blijkt uit een vrijdag gepresenteerd onderzoek door het Historisch Nieuwsblad. Het magazine heeft ter gelegenheid van de Week van de Geschiedenis 638 mensen laten ondervragen wat zij het belangrijkste moment vinden sinds de Tweede Wereldoorlog.

De moord op Fortuyn scoort 46 procent. De economische crisis van het begin van de jaren tachtig krijgt evenals de vondst bij Slochteren 17 procent.

Het protest in de jaren zestig tegen het bevoegd gezag (met onder meer de Provo-beweging) kan rekenen op 16 procent van de stemmen. Het verlies van het toenmalige Nederlands-Indië in 1949 bungelt onderaan met 4 procent.