AMSTERDAM - Israël maakt zich schuldig aan ernstige schendingen van de mensenrechten van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook. Dat staat in een rapport van de VN-mensenrechtenrapporteur John Dugard dat later deze maand zal worden aangeboden aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

In het uitgelekte, achttien pagina's dikke rapport staat dat Israël onder meer veelvuldig en onnodig huizen van Palestijnen tegen de grond werkt. Het slopen van huizen gebeurt in de regel als vergeldingsmaatregel na het plegen van zelfmoordaanslagen, maar ook huizen die volgens Israël illegaal zijn gebouwd, worden op grote schaal gesloopt.

Vernielen

Ook vernielt het leger volgens Dugard willekeurig infrastructuur als wegen, elektriciteitsnetwerken en waterleidingen. Soms als vergeldingsmaatregel voor aanvallen, soms bij opsporingsacties naar terreurverdachten.

Het rapport gaat specifiek in op het legeroptreden in Rafah, een plaatsje aan de grens tussen de Gazastrook en Egypte. Daar zijn de afgelopen vier jaar ongeveer vijftienhonderd huizen gesloopt, als gevolg waarvan zo'n vijftienduizend Palestijnen dakloos zijn geworden. Een groot deel van de huizen is volgens Dugard zonder enige aanleiding gesloopt, en niet zoals de Israëlische regering stelt om tunnels bloot te leggen die gebruikt worden om wapens vanuit Egypte de Palestijnse gebieden in te smokkelen.

Veiligheidshek

Het 'veiligheidshek' dat Israël op de Westoever aan het bouwen is om de bezette gebieden af te schermen van het Israëlische grondgebied komt volgens de VN-deskundige neer op een annexatie van Palestijns gebied. De Palestijnen maken aanspraak op de gehele Gazastrook en Westoever voor een eigen staat, inclusief Oost-Jeruzalem, dat ook achter de muur zal verdwijnen. "De Berlijnse muur was niets in vergelijking met wat Israël aan het bouwen is. Het bouwsel kan een vredesregeling in het Midden-Oosten ernstig bemoeilijken", zei de jurist eerder.

Ook komt Israël zijn verplichting in de Palestijnse gebieden volgens Dugard niet na. Bezettende machten hebben naar internationaal recht de plicht om de burgerbevolking een zo normaal mogelijk leven te laten leiden en de toegang tot basisvoorzieningen als voedsel, medische zorg en onderwijs te garanderen. Israël heeft in de Palestijnse gebieden na het begin van de tweede intifada zulke strenge regels opgelegd dat het Palestijnse burgerbestuur geen zorg kan dragen voor elementaire humanitaire voorzieningen.

Dugard erkent dat Israël genoodzaakt is om vergaande veiligheidsmaatregelen te nemen in verband met Palestijnse terreuraanslagen, maar volgens de VN-rapporteur is een aantal maatregelen niet met dat argument te verdedigen.