DEN HAAG - De linkse oppositiepartijen PvdA, SP en GroenLinks dienen donderdagavond tijdens het debat over het minimumloon een motie van wantrouwen in tegen minister De Geus (Sociale Zaken).

Volgens de drie partijen heeft de CDA-bewindsman tijdens het debat kansen genoeg gehad om een verlaging van het minimumloon af te wijzen en heeft hij die niet gegrepen. Dat is volgens de partijen het zoveelste voorbeeld dat De Geus zelf bijdraagt aan slechte verhoudingen met de vakbeweging.

Als voorbeelden noemen PvdA, SP en GroenLinks onder meer de koppeling tussen de hoogte van de uitkeringen en de gemiddelde loonstijging in de collectieve sector en het bedrijfsleven en de ingrepen in de WAO. Op die terreinen heeft de CDA-minister in de ogen van de oppositiepartijen geen woord gehouden.

Aftreden

Als een motie van wantrouwen wordt aangenomen, betekent dat het aftreden van een minister. De motie tegen De Geus zal het niet halen, omdat coalitiepartijen CDA, VVD en D66 die niet zullen steuen.

De regeringspartijen kwamen donderdag met het plan langdurig werklozen onder het minimumloon aan de slag te laten gaan. De Geus reageerde daar zeer terughoudend op. Hij riep de coalitiepartijen op met "een volwaardig plan" te komen dat voldoet aan de norm dat "het minimumloon de sociale norm is voor een fatsoenlijk bestaan".