DEN HAAG - De LPF-fractie in de Tweede Kamer mag tot 1 december de naam LPF blijven gebruiken. In ruil daarvoor moet zij de administratie bij het partijbestuur terugbezorgen. Dat is afgesproken na een ruzie die dinsdag oplaaide tussen fractie en partijbestuur.

Dinsdag werd bekend dat het partijbestuur vanaf woensdag zes fractieleden een boete zou opleggen van 2500 euro per dag per persoon als zij de naam LPF nog zouden gebruiken. Het ging om de Kamerleden Van As, Nawijn, Varela, Hermans, Eerdmans en Kraneveldt.

Opgezegd

Die hebben eind augustus, na ruzie over een ander onderwerp, hun lidmaatschap van de LPF opgezegd. Volgens het bestuur hadden ze daarmee het recht verspeeld om zich nog LPF'er te noemen.

De bestuursleden maakten de zaak bij de rechter aanhangig. Die stelde de partij vorige week in het gelijk. De rechter bepaalde ook de hoogte van de dwangsom die de zes Kamerleden zouden moeten betalen als ze zich niet aan het vonnis zouden houden.

Startschot

Fractievoorzitter Van As gaf dinsdagmorgen het startschot voor alle commotie door bekend te maken dat zijn fractie nog die dag zou beslissen over een andere naam. Het Kamerlid Herben ontkende dat vervolgens. Volgens hem zou het bestuur juist bereid zijn de invordering van de dwangsom uit te stellen. Dat om de fractie tijd te geven de naamsverandering goed te organiseren.

Partijvoorzitter Moleveld, op zijn beurt, ontkende de mededeling van Herben. Hij zei een uitspraak van de rechter niet zomaar opzij te kunnen schuiven. Moleveld had geen zin in "gesjoemel en gesjacher". Toch veranderde hij enkele uren later van gedachte.