BELGRADO/DEN HAAG - De Bosnisch-Servische kolonel Ljubisa Beara heeft zich in Belgrado vrijwillig overgegeven aan de autoriteiten. Hij zal naar Den Haag worden begeleid om te worden overgedragen aan het Joegoslavië-Tribunaal. Dit heeft de Servische regering zaterdagavond bekendgemaakt.

Beara is aangeklaagd wegens genocide na de val van Srebrenica. Hij was, na de Bosnisch-Servische legerleider Mladic en diens politieke baas Karadzic, een van de belangrijkste voortvluchtige verdachten inzake Srebrenica.

Hij was ten tijde van de massamoord op duizenden moslims hoofd veiligheid van de generale staf van Mladic. Die generale staf speelde een cruciale rol bij de planning en uitvoering van de massamoord. Beara is vaak genoemd in andere Srebrenica-processen voor het Joegoslavië-Tribunaal.

Volgens het communiqué heeft Beara zich vrijwillig overgegeven "om de belangen van de staat en zijn familie te beschermen". Hij zou zaterdagavond nog onder begeleiding van regeringsvertegenwoordigers naar Den Haag vertrekken.

Beara, die in 1939 in Sarajevo is geboren, werd in 2002 aangeklaagd wegens genocide, misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden.