HAARLEM - De gemeente Edam-Volendam had geen vastgesteld beleid als voorwaarden voor gebruiksvergunningsvoorschirften niet werden nageleefd en dit leidde tot onveilige situaties. Dat verklaarde gemeenteambtenaar S. Steur maandagochtend voor de rechtbank in Haarlem waar hij waar hij werd gehoord als getuige in een civiele procedure.

Een aantal letselschadeadvocaten probeert tijdens de getuigenverhoren namens slachtoffers van de cafébrand in Volendam en de Stichting Slachtoffers Nieuwjaarsbrand Volendam (SSNV) aan te tonen dat de gemeente aansprakelijk is voor de geleden schade.

De getuigenverhoren vinden plaats ter voorbereiding van een eventuele bodemprocedure waarbij de rechter over de aansprakelijkheid zal beslissen.

Steur was sinds mei 2000 sectiecoördinator van bouw- en milieuzaken. Bij zijn aantreden lag er een van aanpak om alle gebruiksvergunningen binnen de gemeente in orde te maken.

"Het ging hier om een nieuwe taak. Ik kan me voorstellen dat je dan eerst kijkt wat je allemaal tegenkomt voordat je beleid gaat maken wat betreft handhaving", aldus Steur.

Levensgevaarlijk

De gemeente stelde in 1999 brandpreventieambtenaar C. Bont aan. Hij was degene die J. Veerman, café-eigenaar van de Hemel, in mei wees op de "levensgevaarlijke situatie" in zijn pand als er een incident zou voordoen.

Steur verklaarde dat hij eind 2000 met Bont "informeel" heeft gesproken over de zaak-Veerman, waarom het zolang duurde voordat hij de nodige brandveiligheidsvoorschriftten invoerde.

Steur: "Eind oktober kregen we de bouwtekening van het pand aan de Haven 154-156, waar ook de Hemel gevestigd was, binnen. Dat is een essentieel onderdeel van de bouwvergunningaanvraag. Ik zag toen geen aanleiding om het college te vragen dwangmaatregelen tegen Veerman te nemen."

/DOSSIERVolendam