MAASTRICHT - Het opleidingsniveau van de moeder is van invloed op het geven van borstvoeding. Hoger opgeleide moeders geven vaker borstvoeding, blijkt uit een onderzoek waarmee de Maastrichtse arts van de jeugdgezondheidszorg E. Anten-Kools woensdag promoveert aan de Universiteit Maastricht.

Ook blijken niet-rokende moeders vaker geneigd om borstvoeding te geven, net als moeders die al ervaring hadden met het geven van borstvoeding bij een vorig kind. Die houden de borstvoeding ook langer vol.

Opvallend is volgens de arts dat vrouwen die weer willen gaan werken, langer doorgaan met het geven van borstvoeding. Bij het volhouden van de borstvoeding is het zelfvertrouwen van de moeder erg belangrijk. Ook steun uit de omgeving speelt een belangrijke rol.

De promovenda ondervroeg via tien consultatiebureaus in Limburg achthonderd moeders. Bij het onderzoek waren kraamzorgverpleegkundigen, artsen en verpleegkundigen van de consultatiebureaus betrokken. Zij probeerden vierhonderd van die moeders met een gericht programma langer door te laten gaan met borstvoeding.

WHO

De Wereldgezondheidsorganisatie WHO adviseert moeders minimaal zes maanden borstvoeding te geven. In Limburg gaf slechts 20 procent van de moeders na drie maanden nog borstvoeding. Via haar project probeerde de Maastrichtse arts minstens 30 procent van de baby's na drie maanden nog aan de borst te krijgen, maar dat is niet gelukt.