DEN HAAG - Bijna de helft van alle landen in de wereld boekt weinig tot nauwelijks vooruitgang bij het terugdringen van kindersterftecijfers. In Irak is de kindersterfte sinds 1990 het meest toegenomen. Dat blijkt uit een onderzoek van de VN-organisatie Unicef dat vrijdag wordt gepresenteerd.

Het rapport 'Progress for Children' belicht een van de Millennium Ontwikkelingsdoelen van de VN, het terugdringen van de kindersterfte. In het rapport staat de voor- of achteruitgang bij het bestrijden van kindersterfte van alle landen sinds 1990 op een rij.

Doel niet bereikt

Het beoogde doel, een vermindering in 2015 van de kindersterfte met 66 procent ten opzichte van 1990, wordt in 98 landen vrijwel zeker niet bereikt. In het huidige tempo zal de vermindering van de kindersterfte slechts 23 procent zijn. Bijna elf miljoen kinderen overlijden ieder jaar door ziektes, ondervoeding en oorlogen.

Om die doelstelling te halen, moet ieder land jaarlijks de kindersterftecijfers met gemiddeld 4,4 procent terugdringen. Uit het rapport blijkt dat 78 landen niet eens een jaarlijkse vermindering van 2 procent hebben bereikt.

Irak

In 98 ontwikkelingslanden, bijna de helft van alle landen, stagneren de kindersterftecijfers of gaan de sterftecijfers omhoog. Kinderen in onder meer Zuid-Afrika, Kazachstan en Kenia hebben een kleinere kans om hun vijfde verjaardag te halen dan in 1990. In Irak is de kindersterfte het meest toegenomen, met 7,6 procent sinds 1990. Eén op de tien kinderen in Irak sterft voor de vijfde verjaardag.

Kindersterfte wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door slechte omstandigheden voor moeder en kind tijdens en vlak na de geboorte. Besmettelijke ziektes als mazelen zijn ook een belangrijke oorzaak, net als diarree. Daarnaast spelen ondervoeding, vervuild drinkwater en slechte sanitaire voorzieningen een grote rol. In met name zuidelijk Afrika draagt de verspreiding van HIV bij aan de hoge kindersterfte.

Sierra Leone

In absolute aantallen heeft Sierra Leone het hoogste kindersterftecijfer: meer dan een op de vijf levendgeboren baby's overlijdt voor de vijfde verjaardag (284 per duizend levendgeborenen). Sierra Leone wordt op de voet gevolgd door Niger, Angola, Afghanistan en Liberia. In tegenstelling tot de gegevens uit zuidelijk Afrika zijn de cijfers uit de westers wereld wel positief.

Vergeleken met 1960, is de wereldwijde kindersterfte met meer dan de helft afgenomen. Veertig jaar geleden stierf bijna een op de vijf kinderen, tegenover een op twaalf. De vooruitgang heeft voor een groot deel te maken met de terugdringing van kindersterfte in de ontwikkelde landen.

Nederland

In de westerse wereld sterven zeven op duizend levendgeborenen, terwijl in zuidelijk Afrika 174 kinderen per duizend levendgeborenen overlijden voor hun vijfde levensjaar. In Nederland overlijden acht kinderen per duizend levendgeborenen, net iets boven het westelijke gemiddelde. Scandinavische landen hebben de laagste sterftecijfers.

Negentig landen, waaronder 53 ontwikkelingslanden, liggen op koers om de afgesproken vermindering te bereiken. Malta boekt met 8,6 procent de meeste vooruitgang in het terugdringen van kindersterfte, maar ook Maleisië, Egypte en Libië boeken grote vooruitgang.