AMSTERDAM - De advocaten van Pim Fortuyn overwegen bij justititie niet alleen aangifte te doen tegen politici wegens het aanzetten tot haat jegens de vermoorde politicus. De aanklacht kan ook een of meer journalisten betreffen, zegt advocaat G. Spong.

Vrijdag, na de uitvaartdienst voor Fortuyn, maakten Spong en zijn partner O. Hammerstein bekend dat ze onderzoeken of politici strafrechtelijk vervolgd kunnen worden voor het aanzetten van haat op grond van artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht. Spong liet toen al doorschemeren dat het onderzoek zich weleens zou kunnen uitstrekken tot leden van de regering.

Demoniseren

Fortuyn heeft volgens hem het advocatenduo ooit gevraagd onderzoek te doen als er iets met hem zou gebeuren. De politicus had bij de presentatie van zijn boek premier Kok en PvdA-leider Melkert verweten dat zij hem "demoniseren". Dat hij bij de presentatie werd bekogeld met taarten, zag hij als een uitvloeisel daarvan.

Spong wilde zondag nog niet zeggen tegen wie aangifte wordt gedaan en wanneer. "Maar ik denk dat het deze week gaat gebeuren, misschien maandag of dinsdag", aldus Spong. Dat zou betekenen dat de aangifte nog voor de verkiezingen wordt gedaan.

De afgelopen dagen noemde de advocaat de lijsttrekkers Melkert, Rosenmöller, Dijkstal en De Graaf als personen tegen wie mogelijk aangifte gedaan zou worden. Met name tegen D66'er De Graaf, die op het pleidooi van Fortuyn voor het afschaffen van artikel 1 van de grondwet reageerde met "hier vlakbij staat het Achterhuis van Anne Frank", zag de advocaat mogelijkheden.

Maar ook voormalig PvdA-minister en columnist M. van Dam is volgens Spong te ver gegaan door Fortuyn "een minderwaardig mens" te noemen en hem op een lijn te stellen met Eichmann. Door een verband te leggen met het nazisme insinueerden De Graaf en Van Dam volgens de raadsman dat de ideeën van Fortuyn verwant zijn aan die van de nazi's. Daarmee hebben ze een grens overschreden, meent Spong.

/DOSSIERFortuyn