WASHINGTON - De voormalige Amerikaanse bestuurder in Irak, Paul Bremer, vindt dat de Verenigde Staten twee kapitale fouten hebben gemaakt. Ze hebben niet genoeg militairen naar Irak gestuurd en ze zijn er niet in geslaagd om de geweldsuitbraak onmiddellijk na het afzetten van Saddam Hussein in te dammen. Dat heeft The Washington Post dinsdag gemeld.

Bremer staat nog steeds achter de oorlog in Irak, maar hij betreurt dat de autoriteiten niets konden doen aan de rellen en gewelddadige conflicten vlak nadat Saddam was afgezet. "We hebben daar flink voor moeten betalen, omdat er een sfeer is ontstaan van wetteloosheid". Bremer sprak op een bijeenkomst in White Sulphur Springs. "We hebben er nooit genoeg grondtroepen gehad."

Kritiek

Bremers kritiek lijkt op die van de Democratische presidentskandidaat John Kerry. Die zegt ook steeds dat de Amerikaanse regering van te voren niet goed heeft nagedacht over de veiligheidssituatie, onmiddellijk na het verjagen van Saddam. Bremer heeft de Amerikaanse aanpak in Irak steeds verdedigd, maar komt de laatste tijd steeds vaker met klachten over tactische en beleidsmatige aanpak.

Paul Bremer gaf leiding aan het Amerikaanse tijdelijke bestuur van Irak. De oud-ambassadeur van de VS in Nederland droeg eind juni de macht over aan het Iraakse overgangsbestuur.