ARNHEM - De kinderrechter in Arnhem behandelt dinsdagmiddag de zaak tegen de 15-jarige Nina K. uit Nijmegen. Het meisje was de hartsvriendin van de vorig jaar vermoorde Nijmeegse scholiere Maja Bradaric. Het Openbaar Ministerie (OM) verwijt haar voorkennis van het misdrijf.

Voor de moord op Maja Bradaric zijn drie jongens veroordeeld tot gevangenisstraffen van drie tot elf jaar. Het OM is in alle zaken in hoger beroep gegaan, omdat justitie de straffen te laag vindt. Deze beroepszaken dienen dit najaar.

Het OM pakte de 15-jarige scholiere in eerste instantie ook op voor medeplichtigheid aan het wurgen en in brand steken van het lichaam van haar vriendin. Die aanklacht heeft justitie later laten vallen. Maar het OM vindt wel dat de Nijmeegse de politie had moeten inlichten over het voornemen Maja te vermoorden.

Het meisje had verkering met een van de veroordeelde jongens. Die beraamde met een van de anderen wekenlang plannen om Maja Bradaric van het leven te beroven, omdat zij haar lastig en brutaal vonden. Het 15-jarige meisje kende die plannen, maar nam ze niet serieus.

Volgens haar raadsvrouw C. Hermesdorf uit Arnhem is uit onderzoek gebleken dat het in de hele vriendenkring kennelijk normaal was om vooral via internet schokkende taal tegen elkaar te gebruiken. De vader van het meisje zegt dat zijn dochter en Maja enkele dagen voor de moord nog samen hebben gegiecheld om de in hun ogen idiote bedreigingen van de jongen.

De jongens lieten Maja's hartsvriendin al direct na de moord weten wat zij hadden gedaan. Het is de scholiere zeer kwalijk genomen, dat zij toen nog niets heeft verteld, maar wel heeft meegedaan aan allerlei rouwuitingen.

Op voorkennis staat in het volwassenenstrafrecht een celstraf van maximaal 6 maanden. Het is twijfelachtig of het OM tegen het Nijmeegse meisje een vrijheidsstraf zal eisen.