AMSTERDAM - De oppositiepartijen PvdA, GroenLinks en de SP bereiden samen met de vakcentrales FNV, CNV en MHP een referendum voor tegen het schrappen van het prepensioen. Zij willen daarmee de afschaffing voorkomen van de regeling waarmee mensen eerder kunnen stoppen met werken. Dat hebben zij maandag gezegd.

De Tweede Kamer behandelt op 18 november de wet die de afschaffing moet regelen. Pas daarna beslissen de oppositiepartijen en de vakcentrales definitief of zij het referendum doorzetten.

Haast

Na de stemming in de Tweede Kamer moet de wet door de Eerste Kamer. Daar is wel haast bij geboden. De tijdelijke regeling die het referendum mogelijk maakt, vervalt namelijk op 1 januari. De afschaffing van het prepensioen moet dus voor die datum aangenomen zijn om de volksraadpleging mogelijk te maken.

GroenLinks en de FNV hebben er vertrouwen in dat dit gaat lukken. Volgens vice-voorzitter van de FNV A. Jongerius behandelt de Eerste Kamer de wet in de laatste week van november. "Als regeringspartijen de boel gaan vertragen, dan staan ze natuurlijk enorm te kijk."

Handtekeningen

In eerste instantie moeten de oppositiepartijen en de bonden 40.000 handtekeningen van burgers ophalen om toestemming te krijgen voor het referendum. Vervolgens zijn nog eens 600.000 handtekeningen nodig om de volksraadpleging door te laten gaan. Bovendien "heb je een pak geld nodig om campagne voor het referendum te kunnen voeren," aldus Jongerius.

Met de voorbereiding van het referendum willen oppositie en vakcentrales druk uitoefenen op het kabinet en de coalitiepartijen om het prepensioen te redden. Lukt dit onvoldoende, dan is de volksraadpleging "het perfecte middel om mensen een echte stem te geven. Want dit kabinet luistert niet naar de burger", aldus Jongerius.