DEN HAAG - De maatregel om relschoppers aan te pakken die zelf niet actief geweld plegen zijn maar er op een andere manier bij zijn betrokken, heeft resultaat. Er wordt nu sinds 2000 een ruimere kring van verdachten aangehouden, succesvol vervolgd en veroordeeld. Dit staat in een onderzoeksrapport dat minister Donner van Justitie maandag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Het rapport evalueert de praktijkervaringen met nieuwe wetgeving die voortvloeide uit de organisatie van het Europees kampioenschap voetbal in 2000 in Nederland en België. Het onderzoek is gedaan door B&A Groep in samenwerking met de Erasmus Universiteit Rotterdam.

De wijziging van artikel 141 Wetboek van strafrecht was nodig omdat politie en Openbaar Ministerie een probleem hadden met de strafrechtelijke vervolging van relschoppers die zelf niet actief gewelddadig waren. Dat zou met het EK tot onwenselijke situaties leiden.

Voetbalgeweld

Na aanpassing van de wet was vervolging van juist die groep beter mogelijk en dat heeft volgens de onderzoekers geresulteerd in een effectiever aanpak van voetbalgeweld.

Uit cijfermateriaal blijkt dat het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht steeds meer zaken hebben afgedaan wegens openlijke geweldpleging. Bij het Openbaar Ministerie steeg dit aantal van 9600 in 2000 naar 10.980 in 2002. Bij de rechtbanken is in dezelfde periode een toename te zien van 5119 naar 5268 zaken.

Donner

Minister Donner ziet in de resultaten van het rapport geen aanleiding om beleid of wetgeving te wijzigen. De vrees van critici dat de maatregel zou leiden tot aanhouding van onschuldigen, bleek ongegrond.

De onderzoekers constateren verder dat de maatregel uit 2000 ook zijn nut bewijst bij de strafrechtelijke aanpak van vechtpartijen van jongeren. Het gaat dan meestal om uitgaansgeweld.