MADRID - De Baskische terreurbeweging ETA lijkt stuurloos te zijn geworden door de arrestatie zondag van de ETA-leiders Mikel Albizu Iriarte en María Soledad Iparragirre. Albizu was een van de laatste leiders van de ETA met een lange staat van dienst. De meeste kopstukken van de afscheidingsbeweging zijn de afgelopen jaren al opgepakt.

De Spaanse minister van Binnenlandse Zaken José Antonio Alonso noemde de slag tegen de ETA in het zuidwesten van Frankrijk "historisch" en van "zeer groot belang". Naast de twee leiders werden nog negentien andere vermoedelijke ETA-leden opgepakt en wapenvoorraden en grote sommen geld in beslag genomen.

Beslissende klap

De regering van Baskenland toonde zich eveneens zeer tevreden en liet bij monde van woordvoerder Miren Azkarate weten dat de ETA niet eerder zo'n mooie gelegenheid heeft gehad om de wapens neer te leggen en het "pad van de democratie en het woord" te volgen. De Catalaanse politicus Joseph Maria Ginart ging nog een stapje verder en zei dat met de politieacties in Frankrijk mogelijk een "beslissende klap" aan de Baskische groepering is uitgedeeld.

De 43-jarige Albizu, bijgenaamd Mikel Antza geldt voor de Spaanse veiligheidsdiensten als de nummer één van de ETA. Binnen de organisatie is hij een vreemde eend in de bijt. In zijn jonge jaren schreef hij literatuurkritieken en verhalen. In 1982 won Mikel Antza de literatuurprijs van de stad Irun, vlak bij de Franse grens. In 1985 nam hij de wijk naar Frankrijk, nadat hij enkele voorstanders van de Baskische onafhankelijkheid uit de gevangenis had helpen ontsnappen.

Sleutelrol

De Franse politie arresteerde in 1992 in de stad Bidart een aantal ETA-leiders. Mikel Antza kreeg daarna de leiding over de politieke arm van de terreurbeweging. In die functie vervulde hij een sleutelrol bij het bepalen van de strategie. Verder was hij onder meer verantwoordelijk voor de interne communicatie.

Mikel Antza is nimmer beschuldigd van directe betrokkenheid bij aanslagen. Desondanks houdt de Spaanse onderzoeksrechter Baltasar Garzón hem medeverantwoordelijk voor de 120 moorden waarbij de ETA sinds 1993 betrokken zou zijn geweest.

Zijn vriendin en moeder van zijn zoon Soledad Iparragirre is zondag eveneens in Frankrijk opgepakt. In tegenstelling tot Antza is zij wel direct betrokken geweest bij een reeks aanslagen. De Spaanse politie zocht de 43-jarige Iparragirre, bijgenaamd Anboto, wegens haar vermeende rol bij aanslagen die zeker vijftien levens eisten. De krant El Mundo omschreef haar in de zondageditie als "het bloeddorstigste vrouwelijke ETA-lid".

Anboto is de dochter van een militant ETA-lid. Al sinds het begin van de jaren tachtig is ze op de vlucht voor de Spaanse autoriteiten. Op het moment van haar aanhouding was ze verantwoordelijk voor de inning en het beheer van de "revolutionaire belastingen", de gelden die de ETA via afpersing probeert te verkrijgen om de gewapende srijd voor een onafhankelijk Baskenland te kunnen voortzetten.