DEN HAAG - Criminelen plegen steeds meer geweldsdelicten en steeds minder vermogensdelicten. Daar staat tegenover dat de politie meer geweldsdelicten opheldert, dat percentage ligt op 47 procent. Verder constateert de politie dat de criminaliteit in Nederland terugloopt. Hoewel er meer personen zijn aangehouden in 2003, waren er minder aangiften.

Dit blijkt uit een overzicht van de bij de politie geregistreerde criminaliteit in opdracht van de Raad van Hoofdcommissarissen. Vanaf 2000 houdt de politie jaarlijks steeds meer personen aan, een toename van 10 procent per jaar. Met de daling van het aantal aangiften is Nederland weer terug op het niveau van 2000. Daling van de criminaliteit doet zich vooral voor in de grote steden.

Binnenshuis

Verder valt uit de cijfers op te maken dat steeds meer geweld binnenshuis plaatsvindt en dat bij het plegen van diefstallen juist steeds minder vaak geweld wordt gebruikt.

Van de daders is 3 procent een zeer actieve veelpleger, iemand die in een periode van vijf jaar een fiks aantal overtredingen heeft begaan. In totaal gaat het om 6000 personen, waarvan ongeveer 60 procent verslaafd is. Deze groep is verantwoordelijk voor 10 procent van de opgehelderde criminaliteit. Zij plegen veel meer vermogensdelicten dan geweldsdelicten. Verder is gebleken dat het niet om een constante groep gaat. Ieder jaar komen er veelplegers bij, maar vallen er ook af.

Politie

Van iedere 10.000 inwoners in Nederland kwamen in 2003 142 personen met de politie in aanraking. Onder allochtonen ligt dit aantal vaak veel hoger, waarbij het aandeel Antillianen relatief het grootst is, gevolgd door mensen uit het voormalig Oostblok en Afrika. In kleine politieregio's komen relatief meer allochtonen met de politie in aanraking dan in politieregio's als Amsterdam-Amstelland en Haaglanden.

Jongeren

Het criminaliteitsbeeld onder jongeren wijkt niet veel af van het beeld onder volwassenen, met die uitzondering dat het aantal jonge vrouwen dat met de politie in aanraking komt, stijgt. Het aandeel vrouwen ligt bij de volwassenen al jaren op ongeveer 15 procent.