Gestolen schilderijen van het Westfries Museum in Hoorn bevinden zich in Oekraïne. 

Dat bevestigt het Westfries Museum maandag op een persconferentie naar aanleiding van berichtgeving in De Telegraaf.

De doeken zijn in handen van een vrijwillige Oekraïense militie die vecht tegen pro-Russische separatisten. Maar ook Oleh Tiahnibok, de partijleider van de extreemrechtse partij Svoboda en de Oekraïense geheime dienst zouden erbij betrokken zijn.

In juni 2015 zocht een persoon, die zei te spreken namens de partij die de roofkunst in handen heeft, contact met de Nederlandse ambassade. De Oekraïners zeggen alle 24 gestolen schilderijen in handen te hebben en deze terug te willen verkopen aan Nederland. 

Het museum schakelde de Nederlandse roofkunstonderzoeker Arthur Brand in om te onderhandelen met de plaatsvervangend commandant van de OUN, de militie die de doeken in bezit heeft.

Waarde

De militie denkt dat de waarde van de schilderijen op 50 miljoen euro ligt en verlangt een beloning van 5 miljoen euro. Brand heeft laat weten dat de daadwerkelijke marktwaarde van de stukken 1,3 miljoen euro is, mits in goede staat. Het museum biedt alleen een onkostenvergoeding aan.

Sindsdien is er nauwelijks contact geweest. Hoorn nam hierna contact op met het ministerie van Buitenlandse Zaken met het verzoek om de zaak via diplomatieke weg tot een goed einde te brengen. Er vonden gesprekken plaats op het hoogste politieke niveau, zij het zonder resultaat.

Geerdink

Volgens Ad Geerdink, directeur van het museum, zijn er sterke signalen dat de schilderijen inmiddels te koop worden aangeboden. Dat was voor het museum reden om media-aandacht op te zoeken.

Geerdink zegt dat er een foto is opgestuurd van het doek Boerenbruiloft van Hendrik Bogaert als bewijs dat de militie de schilderijen daadwerkelijk bezit. Volgens Geerdink is het museum erg geschrokken van de staat van het doek en is duidelijk te zien dat het lang opgerold is geweest. De directeur weet niet zeker of de schade nog te herstellen valt en zegt dat haast geboden is.

De schilderijen werden in 2005 gestolen uit het museum in Hoorn. De schilderijen die destijds werden gestolen zijn van Jan van Goyen, Jacob Waben, Matthias Withoos, Jan Rietschoof, Jan Linsen, Herman Hengstenburgh en een aantal minder bekende schilders.

Koenders

Over de kwestie is de afgelopen maanden op hoog niveau onderhandeld. Recent heeft minister Bert Koenders erover gesproken met president Porosjenko van Oekraïne.

Burgemeester Yvonne van Mastrigt van Hoorn zei dat er maandagochtend nog contact is geweest met de Oekraïense ambassadeur in Nederland. Die heeft alle medewerking toegezegd.

Zilver

Bij de roof in 2005 werden ook een tiental stukken gebruikszilver en kerkzilver meegenomen. De waarde van de totale roof bedroeg tien miljoen euro. De militie zegt ook het zilver in handen te hebben, maar leverde hiervoor geen bewijs.

De kunstobjecten maakten deel uit van de tentoonstelling Gezichten van Noord-Holland, die was geënt op Hoorn en omstreken.