DEN HAAG - De jongen die conrector Hans van Wieren van het Terra College in Den Haag heeft doodgeschoten, Murat D., hoeft niet door het Pieter Baan Centrum (PBC) te worden onderzocht. Dat heeft het gerechtshof in Den Haag vrijdag beslist.

Het Openbaar Ministerie had hierom gevraagd, maar volgens het hof heeft de aanklager niet voldoende aangetoond dat de huidige psychische rapporten niet zouden deugen. De 17-jarige scholier heeft zijn daad bekend. Hij kreeg eerder dit jaar vijf jaar cel en tbs van de rechtbank in Den Haag. Hij is toen volgens het volwassenenrecht veroordeeld.

De jongen verklaarde dat hij Van Wieren een lesje wilde leren; hij was boos op hem. Murat had problemen op school door zijn gedrag. Van Wieren had hem van school willen schorsen, maar had daarover eerst nog met diens moeder over willen praten.

Het gerechtshof besloot vrijdag ook dat de inhoudelijke behandeling van de zaak in het openbaar gebeurt. Normaal gesproken zijn publiek en pers niet welkom bij een proces tegen een minderjarige verdachte. Het hof kondigde aan niet veel mensen toe te laten in de rechtszaal. Belangstellenden kunnen het proces via een videoscherm in een andere zaal in het paleis van justitie volgen. De drie rechters van het hof behandelen de zaak op 9 december.

Bullens

In de tussentijd moet nog het een en ander worden uitgezocht. Psycholoog Bullens moet van het hof bekijken wat voor behandeling Murat zou moeten krijgen, mocht hij opnieuw als volwassene veroordeeld worden. Het Openbaar Ministerie moet uitzoeken wat de mogelijkheden zijn om Murat in een jeugdinrichting te plaatsen voor het geval het hof hem tbs wil opleggen.

Verder komen nog twee deskundigen die moeten verklaren waarom zij vinden dat Murat een eventuele straf volgens het jeugdrecht zou moeten krijgen en niet als volwassene behandeld zou moeten worden. De medeverdachte van Murat, de man die het wapen zou hebben geleverd waarmee Murat de conrector doodschoot, wordt als getuige gehoord. Mutats vader, die een celstraf uitzit omdat hij een moordpoging gedaan zou hebben, wordt opgeroepen om bij de zaak van zijn zoon aanwezig te zijn. Vrijdag zag hij af van dat recht, Murats moeder was er wel.