DEN BOSCH - Voor de rechtbank in Den Bosch is donderdag achttien jaar cel geëist tegen de 33-jarige Duitser M.A., die wordt verdacht van medeplegen van een drievoudige moord in Helmond.

Op 26 februari 2003 werden in een woning in de wijk Brandevoort drie mensen geliquideerd na een mislukte drugsdeal. De vriendin van een van de slachtoffers vond de lichamen enkele uren na de schietpartij. De schutter, de 41-jarige Tsjetsjeen I.M., werd in maart veroordeeld tot levenslang.

Officier van justitie G. Robben achtte A. schuldig aan het medeplegen van moord gezien de nauwe samenwerking tussen A. en M. in de dagen voorafgaand aan de afrekening. Enkele dagen voor de schietpartij waren ze vanuit Berlijn naar Nederland gekomen om 200.000 XTC-pillen te kopen. Een derde verdachte zou de pillen vervoeren.

Opdrachtgevers

A. had van zijn opdrachtgevers vals geld meegekregen omdat er een rekening met de Nederlandse leveranciers moest worden vereffend. M., die als bodyguard fungeerde, had een wapen bij zich. Volgens de officier was al in Berlijn besproken dat M. dat zou gebruiken als er problemen zouden ontstaan.

De mannen verlieten uiteindelijk de woning in Helmond met 80.000 pillen, die ze in Haarlem afleverden. Het wapen gooiden zij onderweg uit de auto. Twee weken hield de politie de mannen in Berlijn aan. Bij de politie beschuldigden die elkaar van de moord. M. zou in opdracht van A. hebben geschoten, maar A. ontkent dat. De officier van justitie vindt de verklaringen van A. nog het meest geloofwaardig. Dat de Duitser niets deed om de moorden te voorkomen en zich na afloop niet van M. distantieerde, maakt hem tot medepleger, aldus de officier.

Volgens raadsman D. Moszkowicz kan A. niet als medepleger worden aangemerkt. Zijn cliënt zou alleen naar Nederland zijn gekomen om met vals geld XTC-pillen te kopen en niet hebben kunnen voorzien dat daarbij doden zouden vallen. Verder vindt hij dat enkele in Duitsland afgelegde getuigenverklaringen niet als bewijs mogen meetellen, omdat die zonder medeweten van de verdediging zijn afgelegd.

De rechtbank doet 6 oktober uitspraak.