OOSTERBEEK - "Een geweldige bijeenkomst, ondanks de verdrietige aanleiding.'' Een Britse veteraan heeft tranen in zijn ogen van ontroering en glimt tegelijk van genoegen, direct nadat hij zondag in Oosterbeek met zijn landgenoot prins Charles heeft gesproken.

Beiden waren daar onder de 15.000 belangstellenden voor de herdenking van de Slag om Arnhem nu zestig jaar geleden, 12.000 binnen de hekken, 3000 erbuiten, veel meer dan verwacht. De plechtigheid op de 1761 graven tellende oorlogsbegraafplaats in Oosterbeek had een rommelige, maar hartelijke apotheose.

Koningin Beatrix en de Prins van Wales spraken op weg naar de uitgang met veteranen en andere belangstellenden. Dat werd door de aanwezigen buitengewoon op prijs gesteld. "De prins is zo'n prettige prater, hij luistert ook zo goed'', mijmert de Britse ex-militair, de mot in zijn rode baret, nog aangedaan over zijn prins. De koningin laat intussen links en rechts weten dat de mensen dankbaar zijn en iedereen ook zo blij is deze dankbaarheid te kunnen delen.

Door alle spontaniteit aan het slot leken ze even een bijrol te spelen: de gesneuvelden onder de witte grafstenen. Niets is minder waar. Ze maakten deel uit van de dienst, in hun graven waar de klapstoelen voor de aanwezigen omheen waren gegroepeerd, alsof ze met de levenden een kerkgemeente vormden. Een blik op de grafstenen is voor iedereen ook meteen genoeg om het drama van de Slag om Arnhem in volle hevigheid in herinnering te brengen: 'J. Weaver, leeftijd 19' of alleen nog maar 'Soldaat van de 1939 - 1945 oorlog' voor degene die niemand meer kent.

Kinderen

Het zegt genoeg voor de jonge kinderen die zondag bloemen legden bij de graven. De gezichten bleek en diep onder de indruk van de verhalen, van de plek, van de hele gebeurtenis. Het zondag gezongen gezang 392 zegt misschien wel wat de slachtoffers in hun laatste uren hebben gedacht: "Blijf mij nabij, wanneer het duister daalt, De nacht valt in, waarin geen licht meer straalt. Andere helpers, Heer, ontvallen mij. Der hulpelozen hulp, wees mij nabij.''

Een van de Britse predikanten haalde de Nederlandse schrijver Johan Fabricius aan, die enkele dagen na de dramatisch verlopen Slag tegen de BBC zou hebben gezegd dat de 'achterblijvers' onder de soldaten niet eenzaam in koude aarde zouden rusten, maar in warme en dankbare herinnering levend zouden blijven.

Het is het minste dat ze verdienen, is ook zondag weer de teneur. Destijds vroeg een van de soldaten waarom de omwonenden ondanks hun eigen problemen toch zo veel hulp en onderdak gaven aan de soldaten van de uiteindelijk mislukte slag. Het antwoord werd zondag op het kerkhof opnieuw aagehaald: "Jullie waren er, met andere woorden: jullie gaven hoop.''

Brug te ver

Een brug te ver, zei een van de predikanten verwijzend naar het beroemde boek over de Slag van Cornelius Ryan, werd toch een brug naar de toekomst. We leven nu in vreedzaamheid met andere naties, iets wat toen alleen maar een droom was. De dienst op het het oorlogskerkhof in Oosterbeek was opgedragen aan alle militairen die bij of aan de gevolgen van de Slag om Arnhem stierven. Het gaat om de mannen van de Eerste Britse Airborne Divisie, de Royal Airforce, de Eerste Onafhankelijke Poolse Para Brigade en andere geallieerde strijdkrachten. Ze gaven hun leven in Arnhem, Oosterbeek, Ede of Driel.