DEN HAAG - De Nationale Veiligheidsstrategie van president Bush is op sommige punten in strijd met het volkenrecht. Dat stellen twee belangrijk adviesorganen van de Nederlandse regering in een rapport dat dinsdag verschijnt.

De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Commissie van Advies voor Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) deden op verzoek van het kabinet onderzoek naar de politieke en militaire wenselijkheid en de volkenrechtelijke toelaatbaarheid van zogeheten preëmptief militair ingrijpen.

Preëmptief optreden

Het rapport doet geen rechtstreekse uitspraken over het Amerikaanse ingrijpen vorig jaar in Irak. Wel maakt het rapport een onderscheid tussen preëmptief optreden en preventief optreden. Preëmptief militair ingrijpen is gericht tegen een directe, onmiddellijke dreiging van een aanval. Preventief ingrijpen is erop gericht om te zorgen dat een dreiging zich niet ontwikkelt tot een directe dreiging.

Volgens AIV en CAVV is preventief militair optreden zonder mandaat van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties niet toegestaan volgens het huidige volkenrecht. Preëmptief optreden kan daarentegen als vorm van zelfverdediging wel toelaatbaar zijn.

Volkenrecht

De Amerikaanse veiligheidsstrategie uit september 2002 is, voorzover die van ruimer geformuleerde uitzonderingen op het geweldverbod uitgaat, "niet in overeenstemming met het volkenrecht", aldus AIV en CAVV. Nederland heeft als 'hoofdstad van het internationaal recht' een bijzondere taak bij het bevorderen van de internationale rechtsorde. Bovendien staat dat met zoveel woorden in de Nederlandse grondwet, aldus AIV en CAVV.

Veiligheidsraad

De regering moet daarbij als uitgangspunt nemen dat preventief militair optreden niet geoorloofd is. Nederland moet er op aansturen dat conflicten en bedreigende situaties weer meer in de Veiligheidsraad worden opgelost.

Lukt dat niet, dan moeten alle lidstaten van de VN bijeenkomen in een Algemene Vergadering. De adviesorganen zien helemaal niets in een 'toetsingskader', dat militair ingrijpen aanvaardbaar zou maken als er binnen de VN geen overeenstemming wordt gevonden.