DEN HAAG - De Nederlandse politie heeft minder allochtone werknemers in dienst dan uit de officiële cijfers blijkt. Dat stelt Paraat, een vereniging van afgestudeerde allochtonen van de Nederlandse Politie Academie. De politietop erkent dat de gehanteerde registratiemethode een geflatteerd beeld geeft.

Officieel werkten er vorig jaar ruim 2700 allochtonen bij de politie. Nog geen duizend daarvan zijn echter van Turkse, Marokkaanse, Antilliaanse of Surinaamse afkomst.

Dat komt omdat ook iemand met een Belgische of Amerikaanse vader of moeder als allochtoon wordt bestempeld. Paraat meent daarom dat de politie bewust een te positief beeld geeft van het allochtonenbeleid.

De Raad van Hoofdcommissarissen ontkent dat met de cijfers wordt gesjoemeld. "Wij registreren volgens de methode Samen, die iedereen moet hanteren. Daarin staat inderdaad dat ook iemand met een Amerikaanse ouder allochtoon is. Maar we hebben nooit gemeld dat er ruim 2700 Turken, Marokkanen, Antillianen of Surinamers bij de politie werken", zegt woordvoerder C. den Bakker.

De politietop ziet wel dat het voornemen om 7 procent allochtonen bij de politie te krijgen, nog bij lange na niet wordt gehaald. Momenteel is niet meer dan 1 procent van de politiemedewerkers allochtoon.

"We doen er alles aan om allochtonen binnen te krijgen. Zo heeft de raad afgesproken om allochtonen die worden afgekeurd door het selectiecentrum, nog eens tegen het licht te houden. De korpsen bekijken of zij tijdelijk bij de administratie aan de slag kunnen of in een schakelklas hun Nederlands moeten bijspijkeren. In een later stadium komen ze dan mogelijk wel door de keuring", zegt Den Bakker.