BRUSSEL - Drie onderzoekers van Human Rights Watch hebben in het vluchtelingenkamp in Jenin geen bewijzen gevonden van een bloedbad dat aan honderden Palestijnen het leven zou hebben gekost. Maar zij sluiten niet uit dat Israëlische militairen zich er aan oorlogsmisdaden schuldig hebben gemaakt.

Dat blijkt uit een rapport dat de Amerikaanse mensenrechtenorganisatie vrijdag heeft gepubliceerd. De bevindingen komen overeen met de conclusies van twee Nederlandse forensische experts, prof.dr. Barend Cohen en drs. Max Meis, die in opdracht van de medefinancieringsorganisatie Cordaid onderzoek in het kamp deden.

Zij lieten weten dat het Israëlische leger op grote schaal mensenrechten heeft geschonden, zoals het stelselmatig verbieden van de aan- en afvoer van gewonden en gesneuvelden. Maar zij spraken tegen dat de Israëliërs een bloedbad hebben aangericht.

Human Rights Watch

Human Rights Watch schrijft dat het heeft vastgesteld dat 52 Palestijnen tijdens de Israëlische bezetting van het kamp zijn gedood. Onder hen waren 22 burgers. Vele burgers werden doelbewust of in strijd met de wet gedood. De organisatie beschuldigt het Israëlische leger ervan dat het Palestijnse burgers als schild heeft gebruikt en buitengewoon geweld heeft gebruikt.

Secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties kondigde woensdag aan een missie die een onderzoek in Jenin zou instellen te ontbinden. Israël, dat aanvankelijk met de komst van de missie had ingestemd, wierp te veel bezwaren op.

/DOSSIERMidden Oosten