DEN HAAG - De zorg in de Nederlandse verpleeghuizen laat zeer te wensen over. In bijna 80 procent van de huizen is de kwaliteit van de geboden zorg onvoldoende. Tot die conclusie komt de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) volgens ingewijden na onderzoek in zestig verpleeghuizen.

Bekijk video: Modem/ Breedband

Bewoners komen dagelijks flink wat hulp en zorg tekort volgens de inspecteurs. Een kwart van de verpleeghuizen haalt de norm niet. Voor dementerende patiënten is de situatie nog zorgelijker. Van de onderzochte verpleeghuizen heeft 75 procent onvoldoende menskracht om goed toezicht te houden. Personeel bindt patiënten in tweederde van de huizen daarom geregeld vast.

Het tekort aan zorg doet zich voor bij vele taken in de onderzochte verpleeghuizen. Ouderen die bij het eten hulp nodig hebben, krijgen die geregeld niet. Een douchebeurt is voor de meeste bewoners één keer per week weggelegd. Daarbij constateert de IGZ dat het personeel in de verpleeghuizen steeds vaker niet is gekwalificeerd voor het werk dat het moet doen.

Tweede Kamer

Verscheidene fracties in de Tweede Kamer zien in het IGZ-rapport het startsein voor een grote opknapbeurt van de verpleeghuiszorg in Nederland. Volgens Tonkens van Groenlinks is extra geld hard nodig omdat deze zorg de "meest verwaarloosde hoek van de gezondheidszorg" is.

SP-Kamerlid Kant spreekt "schande" van de situatie en eist maatregelen. Verbeet van de PvdA-fractie noemt de conclusies "zeer schokkend" en wil volgende week een spoeddebat met de staatssecretaris over de kwestie.

Vervolgonderzoek

De IGZ adviseert het ministerie een vervolgonderzoek te doen naar de oorzaken van de ondermaatse prestaties in de verpleeghuizen. Het ministerie wil tot de presentatie niet reageren op de conclusies in het rapport. Wel stelt een woordvoerder dat het rapport "nuances verdient".

De inspecteurs hebben voor het onderzoek gesproken met managers, verplegend personeel en bewoners van zestig verpleeghuizen. Nederland telt in totaal 317 van deze huizen. De IGZ overhandigt het rapport vrijdag aan staatssecretaris Ross van Volksgezondheid.