Een derde van Nederlanders ziet liever geen zoenende homo's

Hoewel het aandeel Nederlanders met een positieve houding ten opzichte van lesbiennes, homo’s, biseksuelen en transgenders (LHBT) blijft toenemen, ziet "een aanzienlijk deel" van de Nederlanders homo’s liever niet zoenend in het openbaar.

Dat blijkt uit een maandag verschenen onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Het gaat om onderzoek onder 2083 Nederlanders, uitgevoerd in 2012.

92 procent van de Nederlanders vindt dat homo’s en lesbiennes gewoon hun leven moeten kunnen leiden zoals zij dat zelf willen. Tegelijkertijd vindt 35 procent het "aanstootgevend" om twee zoenende mannen in de publieke ruimte te zien. Als het gaat om twee zoenende vrouwen ligt dat percentage op 24 procent. 

28 procent ziet liever een man en vrouw hand in hand lopen dan twee mannen die elkaars hand vasthouden. Aan intimiteit tussen man en vrouw stoort 12 procent van de Nederlanders zich.

Zorgelijk

Ondanks dat Nederlanders homoseksualiteit en homorechten in steeds grotere getale respecteren, wil een derde van de Nederlanders liever niet dat zij in het openbaar met de seksuele geaardheid van de homostellen worden geconfronteerd.

Minister Jet Bussemaker (Emancipatie) noemt dat "erg zorgelijk". "Emancipatie vraagt onderhoud. Het is van het allergrootste belang met name jongeren te blijven benaderen. Daar begint de acceptatie", zegt zij tegen NU.nl.

Homobelangenorganisatie COC vindt dat "het laagje acceptatie in Nederland is dunner dan het lijkt." "Er is nog veel om voor te vechten als zoveel Nederlanders moeite hebben met iets onschuldigs en liefdevols als een kus of hand in hand lopen", zegt COC-voorzitter Tanja Ineke.

Christelijke partijen

Ondanks de overwegend positieve houding van de Nederlanders, wordt de tolerante houding tegenover LHBT’ers niet door alle bevolkingsgroepen gedeeld, concludeert het SCP.

Uit eerder onderzoek bleek ook al dat protestantse christelijken en moslims homoseksualiteit afkeuren. 

Het SCP schrijft maandag dat met name ouderen boven de 70, "beslist religieuze mensen" en de achterban van de ChristenUnie een negatieve houding tegenover LHBT’ers hebben.

Zo is 47 procent van de ChristenUnie-stemmers negatief over homoseksuelen. Bij het CDA is dat 11 procent, gevolgd door de PVV met 10 procent. 

Achterban

"Het zou mooi zijn als ook deze partijen zouden zeggen: deze cijfers zijn voor ons aanleiding om werk te maken van meer acceptatie van homoseksualiteit. Bijvoorbeeld door het debat hierover binnen de eigen achterban te voeren", zegt Bussemaker. 

"Of door zich aan te sluiten bij de vierentwintig organisaties, waaronder sportkoepels KNVB en NOC-NSF, gemeenten, vakbonden als CNV en AOB, die deze week vanuit Nederland gezamenlijk een vuist maken tegen homofobie."

Bussemaker is deze week aanwezig bij het homo-emancipatiecongres (International Day Against Homophobia) dat dit jaar in Montenegro plaatsvindt.

Daar heeft ze gepleit voor meer leiderschap in de strijd tegen homofobie. Volgens Bussemaker geldt dat ook voor Nederland en moet iedereen zijn verantwoordelijkheid nemen om de homo-acceptatie binnen de eigen achterban te bevorderen.

Rolmodellen

"Het is van belang dat homo's zich in alle gemeenschappen veilig voelen en daar is nog veel werk te doen", zegt Bussemaker. Zij zegde eerder toe op zoek te gaan naar rolmodellen uit die gemeenschappen en die ondersteuning te bieden om homoseksualiteit bespreekbaar te maken.

Volgens COC zou er meer aandacht voor homo-acceptatie op scholen moeten komen. Zo moet LHBT-voorlichting verplicht worden op de docentenopleidingen zodat er betere voorlichting wordt verzorgd.

GroenLinks is overigens de partij met de meest homovriendelijke achterban: 0 procent van de kiezers is de groep negatief gezind. D66 volgt met 1 procent van de achterban die negatief is. VVD (3 procent) PvdA (5 procent) en SP (6 procent) bestempelt het SCP als relatief positief.

Tip de redactie