DEN HAAG - De Remigratiewet blijft overeind. Minister Verdonk van Vreemdelingenzaken en Integratie trekt haar wetsvoorstel in, dat een eind had gemaakt aan deze terugkeerregeling. Dat heeft de bewindsvrouw dinsdag bekendgemaakt in de Tweede Kamer, die haar onder druk had gezet. De reden is dat de afschaffing voor de overheid 40 miljoen euro per jaar duurder uitpakt dan handhaving.

De Remigratiewet biedt oudere migranten en vluchtelingen onder bepaalde voorwaarden de mogelijkheid terug te keren naar hun land van herkomst. Die krijgen daarvoor eenmalig of structureel financiële steun. Bepaalde uitkeringen worden in het land van herkomst voortgezet, aangepast aan de leefomstandigheden die daar gelden.

De afschaffing was afgesproken in het hoofdlijnenakkoord. Verdonk benadrukte steeds dat het de verantwoordelijkheid van de migrant zelf is als die wil terugkeren. De minister houdt vast aan dat principe, maar ziet ook dat rekening moet worden gehouden met de kosten, zei ze dinsdag.

Extra kosten

Als de wet was afgeschaft, zouden per jaar honderden migranten minder terugkeren. Die blijven dan in Nederland afhankelijk van duurdere sociale uitkeringen. Ook maken zij hier vaak extra kosten voor gezondheidszorg en huursubsidie. Als zij wel remigreren, bespaart de overheid per saldo, zo bleek begin dit jaar al uit berekeningen.

Ook in de Tweede Kamer was twijfel gerezen over de afschaffing, omdat het geen bezuiniging zou opleveren. Dinsdag nam de Kamer een motie aan, die ingediend was door de coalitiefracties CDA, VVD en D66. Ook de PvdA en GroenLinks keerden zich tegen de afschaffing. Daarop trok Verdonk haar wetsvoorstel in.