LISSE - De overheid is en blijft volledig verantwoordelijk voor veilig voedsel op de borden. Dat is volgens minister Veerman van Landbouw de conclusie van de driedaagse informele landbouwraad in Nederland.

De Europese landbouwministers willen "geen enkele concessie" doen wat betreft voedselveiligheid, om bijvoorbeeld salmonella of dioxine zo weinig mogelijk kans te geven. Maar de kwaliteitscontrole van het eten willen de lidstaten wel wat meer in handen van private instellingen geven.

De landbouwministers en enkele eurocommissarissen vergaderden dinsdag op de Keukenhof in Lisse met het thema 'Agriculture under the public eye'. Thema is de vraag of de overheid of de markt verantwoordelijk moet zijn voor veilig en goed voedsel.

"In tijden van een gezondheidscrisis keren burgers zich toch tot de overheid. Dat zagen we bij de gekkekoeienziekte BSE", stelde Europees commissaris Byrne (Consumentenzaken). De overheid moet daarom het heft in handen houden met strikte regels en controle op dit gebied. "Sommigen spreken over overregulering. Maar daar ben ik het niet mee eens: alle regels zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek."

Kwaliteit

Anders dan de veiligheid hoeft de kwaliteit van voeding niet steeds door de Europese overheid te worden bepaald. Producenten moeten aan een vastgestelde basiskwaliteit voldoen. Hogere kwaliteit, diervriendelijker of minder schadelijk voor het milieu is aan de boer of ondernemer zelf wanneer hij hiervoor een markt ziet. Nu is kwaliteit ook al een zaak van de markt, maar de lidstaten willen de controle hierop meer in handen geven van de sectoren zelf.

Europees commissaris Byrne verwacht de komende jaren vanzelf een groeiende aandacht voor de kwaliteit. "Mensen willen meer informatie over suiker, zout of vet in het eten. Dat kan ze helpen om overgewicht en diabetes te voorkomen", zei Byrne. Overgewicht (ook obesitas geheten) is volgens hem een groeiend probleem, mede door verkeerde voeding.

Veerman zei nadrukkelijk dat ook de nieuwe Oosteuropese landen aan de regels moeten voldoen. Die landen zijn nog niet zo ver met veilig voedsel als andere lidstaten. Ook voor andere (derde) landen die voedsel naar Europa verschepen, willen de lidstaten ook geen water bij de wijn doen. "We zijn erg terughoudend om de normen voor hen te verlagen."

Als gastheer namens Nederland is Veerman "zeer tevreden" over het verloop van de landbouwraad. Over de conclusies heerste onder de lidstaten grote eensgezindheid. Daarbij heeft Nederland complimenten gekregen voor de aanpak. In plaats van het gebruikelijke rondetafelgesprek met de 25 lidstaten overlegden de landbouwministers in drie werkgroepen. "Iedereen komt dan aan de bak. De volgende Europees voorzitter Luxemburg vond het een goede formule", aldus Veerman.