De wielersport kampt nog altijd met een serieuze dopingcultuur. Dat is de conclusie van de Cycling Independent Reform Commission (CIRC), die in opdracht van de internationale wielerunie UCI onderzoek deed naar de dopingproblematiek sinds de jaren negentig.

Het 227 pagina's tellende rapport is door de UCI in de nacht van zondag op maandag online geplaatst.

De onafhankelijke commissie sprak de afgelopen maanden met 174 experts, onder wie Lance Armstrong en Michael Boogerd, over de dopingproblematiek binnen de wielersport.

De situatie onder profwielrenners zou sinds alle dopingonthullingen in 2013 wel verbeterd zijn, maar een deel van het peloton maakt zich nog steeds schuldig aan dopinggebruik, stelt het rapport.

Methoden

Zo nemen renners tegenwoordig kleinere hoeveelheden van verboden prestatiebevorderende middelen om de nieuwste testmethoden te omzeilen en maken zij massaal misbruik van dispensatieregelingen, blijkt uit verklaringen.

Bovendien zou het gebruik van heftige pijnstillers, afvalmiddelen en experimentele medicijnen leiden tot eetproblemen, depressies en zelfs ongelukken.

Het dopinggebruik wordt volgens de getuigenissen van de experts, van zowel binnen als buiten de wielersport, niet langer systematisch gefaciliteerd door de ploegen, maar door derden als amateurrenners en zaakwaarnemers.

UCI

In het rapport wordt bovendien de rol van de UCI in twijfel getrokken. De kopstukken van de wielerunie worden weliswaar vrijgepleit van corruptie, maar zouden hevig nalatend hebben gehandeld.

De UCI zou tussen de jaren negentig en het begin van deze eeuw niet echt zijn best hebben gedaan om de dopingcultuur en dopingzondaars serieus te bestrijden en menigmaal een oogje hebben dichtgeknepen.

Alleen de allerergste uitwassen werden aangepakt door de wielerunie, concludeert de CIRC.

Ook Hein Verbruggen en Pat McQuaid, voormalig voorzitters van de internationale wielerunie, komen er niet genadig van af in het rapport. Beide beleidsbepalers zouden hun eigen antidopingbeleid niet gevolgd hebben.

De Nederlander Verbruggen zwaaide tussen 1991 en 2005 de scepter bij de UCI, waarna hij werd opgevolgd door McQuaid. De Ier werd in 2013 opgevolgd door de huidige voorzitter, de Brit Brian Cookson.

CIRC

De commissie startte begin 2014 met haar werkzaamheden. Het onderzoek was een van de belangrijkste verkiezingsbeloften van Cookson, die in het najaar van 2013 werd verkozen tot voorzitter van de UCI.

In dat jaar bekenden tal van oud-renners dopinggebruik. Armstrong, de meest prominente van hen, biechtte begin 2013 op dat hij zijn zeven Tourzeges dankte aan het gebruik van verboden stimulerende middelen.

Ook Boogerd, een van de succesvolste Nederlandse coureurs rond de eeuwwisseling, bekende dopinggebruik.

De CIRC bestond uit drie personen, met de Zwitserse politicus Dick Marty aan het hoofd. De Zwitser Ulrich Haas, die veel ervaring opdeed bij het internationaal sporttribunaal CAS, en de voormalige Australische militair Peter Nicholson maakten ook deel uit van de commissie.

Het onderzoek van de dopingcommissie kostte drie miljoen euro, een bedrag dat volledig werd gefinancierd door de UCI.

'Dopingzaak Contador voorbeeld slecht crisismanagement UCI' | Veel kritiek op Hein Verbruggen in dopingrapport