KALAMATA - Het proces tegen twaalf Britten en twee Nederlanders die worden beschuldigd van 'eenvoudige spionage' in Griekenland, is woensdagmiddag begonnen. De eerste dag van het proces was er vooral een van wachten, wachten en nog eens wachten.

"We waren zaak nummer 29 op de rol. Toen de tolken eindelijk beëdigd waren, werd de zaak direct uitgesteld tot donderdagmorgen'', zegt de Nederlandse verdachte Patrick Dirksen.

Dirksen (27) en Frank Mink (28) staan samen met twaalf Britten in de Griekse stad Kalamata terecht, omdat ze als vliegtuigspotters zouden hebben gespioneerd. Hun verdenking is afgezwakt tot 'eenvoudige spionage'. Dat betekent dat de Grieken hen beschuldigen van het verzamelen van geheime informatie. Ze kunnen maximaal vijf jaar gevangenisstraf krijgen.

Dirksen omschrijft de sfeer in de rechtbank als afwachtend, beklemmend en zenuwachtig. "Het is een rare gewaarwording om in het beklaagdenbankje te zitten. Dat is allemaal nieuw voor ons. Het brengt veel onzekerheid met zich mee."

Hij verwacht dat het donderdag, net als woensdag, een lange dag wordt. "We komen 's ochtends direct aan de beurt. Ik geloof dat we de enige zaak zijn. Eerst komen de getuigen van de aanklager aan het woord, waarna onze getuigen aan de beurt zijn. Het wordt een rare bedoening, want alles moet continu van het Grieks in het Engels en Nederlands worden vertaald en andersom."

Het thuisfront deelt de onzekerheid, die Dirksen en Mink in Griekenland ondervinden. "Eerst zou de zaak pas donderdag beginnen, toen weer woensdag en nu is er de hele dag feitelijk niets gebeurd en komen ze donderdag weer als eerste aan de beurt. De berichten varëren per dag. Maar dat zijn we wel zo'n beetje gewend vanuit Griekenland", zo laat de vader van Mink weten.