LEEUWARDEN - Het gerechtshof in Leeuwarden heeft woensdag de twee verdachten in het herzieningsproces in de zogeheten Puttense moordzaak vrijgesproken van het verkrachten en doden van de 23-jarige Christel Ambrosius. Het hof had de zaak de afgelopen maanden in opdracht van de Hoge Raad opnieuw onderzocht en gewogen.
Puttense moordzaak

Daarmee heeft het hof geconcludeerd dat de twee hoofdrolspelers in het proces, de Puttenaren Herman Du Bois en Wilco Viets, halverwege de jaren negentig ten onrechte zijn veroordeeld tot ieder tien jaar celstraf.

"Je hebt een vrije papa jongen", deelde de vrouw van Herman du Bois, net vrijgesproken van de verkrachting van en moord op Christel Ambrosius, haar zoon telefonisch mee. In tranen hoorde ze woensdagochtend de uitspraak aan. Du Bois zelf hield het droog. "Ik voel me prima", zei hij. "Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel." Wilco Viets was niet aanwezig op de zitting, omdat zijn vrouw woensdagochtend is bevallen van een dochter.

Beide mannen bekenden destijds hun aandeel in de misdrijven, maar trokken deze verklaringen later weer in. Zij hebben hun celstraffen uitgezeten. Vorig jaar gaf de Hoge Raad opdracht aan het Leeuwarder hof het proces over te doen, wegens nieuw gerezen twijfels. De vrijspraak opent de deur naar een forse schadeclaim aan het adres van de staat.

Onwaarschijnlijk

Volgens het zeer uitvoerige arrest van het hof is het "onwaarschijnlijk" dat Du Bois en Viets de moord en de verkrachting op hun geweten hebben. Het ontbreekt aan sporen dat het tweetal op de bewuste dag uit rijden is geweest, laat staan dat zij in de woning van Ambrosius' oma zijn geweest om zich aan de jonge vrouw te vergrijpen. Ook zijn er geen betrouwbare getuigenverklaringen die dat scenario ondersteunen.

Bovendien is er op het slachtoffer sperma gevonden, dat volgens DNA-onderzoek niet afkomstig kan zijn van Du Bois of Viets. Dat dit sperma, afkomstig van een eerder seksueel contact, tijdens de verkrachting uit het lichaam van Ambrosius zou zijn gesleept, acht het hof onwaarschijnlijk.

Het hof twijfelt tevens aan de geloofwaardigheid van de bekentenissen die Du Bois en Viets in het vooronderzoek hebben afgelegd. Dat geldt evenzeer voor de belastende verklaringen die de vermeende ooggetuigen Gerrit Schuchard en Willem Bettink hebben afgelegd.

Fragmentarisch

Advocaat-generaal J. van der Neut eiste twee weken geleden bevestiging van de veroordelingen door het hof in Arnhem. Het Leeuwarder hof gaf hem woensdag een gevoelige tik op de vingers: volgens de rechters is de aanklager voorbijgegaan aan tal van relevante feiten en heeft hij 'slechts fragmentarisch' aangegeven hoe Du Bois en Viets de misdrijven gepleegd zouden moeten hebben.

Van der Neut is volgens het hof uitgegaan van de geloofwaardigheid van de bekentenissen van de 'Twee van Putten' en heeft hij daarbij elementen uit het dossier gezocht die met die vermeende geloofwaardigheid overeenstemmen. Zo vatte de aanklager een op de trui van het slachtoffer gevonden schaamhaar op als een 'keihard daderspoor' in de richting van Viets. Geheel ten onrechte, aldus het hof, want vaststaat dat de haar van vele andere personen afkomstig zou kunnen zijn.

Volgens het hof is er geen reden om te twijfelen aan de integriteit van de rechercheurs die destijds het onderzoek hebben verricht. Zij zijn echter wel 'vrijwel uitsluitend' gericht geweest op het onderbouwen van de verdenking tegen Du Bois en Viets. Dat blijkt onder meer uit het feit dat de twijfel bij de politie niet toesloeg toen vaststond dat de gevonden spermadruppel niet van Du Bois of Viets kon zijn. Integendeel, zij probeerden dit raadsel in te passen in het scenario waarin Du Bois en Viets de daders waren.

Druk

De beklaagden hebben beweerd dat zij onder zware druk van hun verhoorders tot hun bekentenissen zijn gekomen. Die woorden nemen de rechters niet in de mond, maar zij menen wel dat de toenmalige verdachten 'gedesoriënteerd' zijn geraakt door de vele, langdurige verhoren en hun eveneens langdurige gevangenschap 'in beperkingen' (wat wil zeggen: geen contact met de buitenwereld).

Tijdens de verhoren werden zij geconfronteerd met feiten die als vaststaand gepresenteerd werden, terwijl die soms feitelijk onjuist waren. Ook zijn zij 'bij voortduring' geconfronteerd met elkaars verklaringen. Daardoor kunnen zij 'in het nauw' zijn gebracht.

/NIEUWSVeel onzekerheden in Puttense moordzaakHarde kritiek op Puttense moordzaakVrijspraak bepleit voor 'Twee van Putten'